Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem het besluit medegedeeld, met verzoek dat aan den Hoogen Commissaris over te brengen. De heer De Wet was kennelijk getroffen door zooveel edelmoedigheid van de zijde der diepbeleedigde Transvaalsche regeering. En ook Sir Hercules Robinson nam liet voorstel met beide handen aan en toonde zijn vreugde over de edele houding van Kruger en diens vrienden.

Thans kwam de beurt aan de Johannesburg er Reformers; want vooral tegen hen wenschte de regeering krachtig op te treden. Vierenzestig leden van het Hervormings-Comité werden gevangen genomen en moesten terechtstaan voor het Hooggerechtshof van de Republiek. Het vonnis luidde: »Dat gij, Lionel Philips, Cecil Rhodes, Farrar en Hammond van de plaats, waar gij nu zit, gebracht zult worden naar de gevangenis te Pretoria, om daar aangehouden te worden, totdat gij gebracht zult worden naar de terechtstelling op de plaats en den tijd door het wettig gezag te bepalen, om daar gehangen te worden aan den nek, totdat gij dood zijt. Moge de Almachtige uw ziel genadig zijn!" En wat de andere leden van het Comité betreft, dezen werden ieder veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, een boete van twee duizend pond en verbanning voor den tijd van drie jaar. Ongetwijfeld was dit vonnis rechtvaardig: Rhodes en zijn handlangers verdienden de straf dubbel, en de Boeren oordeelden eenparig: »Slachtersnek zijn we nie vergeet nie; het uur der wraak heeft geslagen, d' is recht zoo; hullie hêt dit verdiend." Maar Oom Paul dacht er anders over, hij wilde geen tweede Slachtersnek. De doodstraf werd niet uitgevoerd, de verraders zouden vijftien jaar gevangenisstraf ondergaan. En toen heer Chamberlain heel vriendelijk de verklaring kwam afleggen, dat hij de grootmoedigheid van den president op hoogen prijs stelde, werd het vonnis nogmaals veranderd, thans in een boete van vijfentwintig duizend pond sterling, onder voorwaarde nochtans, dat de heeren zich nimmer weer met de politiek der regeering zouden inlaten. Helaas, de toekomst heeft geleerd, hoe weinig op Britsche verklaringen valt staat te maken. Heeft ooit een sterveling de edelmoedigheid van zijn tegenstander met den bittersten ondank beantwoord, dan is het Cecil Rhodes in de eerste plaats, en na hem Dr. Jameson. En ongetwijfeld behoefden de Boeren zich er niet voor te schamen, wanneer ze bij de eerste gelegenheid de beste deze beide brutale, schaamtelooze intriganten zonder vorm van proces onschadelijk maakten; de geheele wereld zou dergelijke daad billijken.

Zoo had Oom Paul — hij was thans eenenzeventig jaar — zijn land

Sluiten