Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest. Door den breeden weg van geweld en list te volgen, zou hij daarentegen veel eerder zijn doel bereiken, te meer, daar Cecil Rhodes en diens trawanten hem daarbij krachtig zouden steunen. Het was toch een algemeen bekend feit, dat het den heeren financiers te Rliodesia lang niet voor den wind ging. De met zooveel omhaal op touw gezette onderneming aldaar was niet alleen een totale mislukking, maar bleek ten slotte rijker in kalïeroorlogen dan in winstaanbrengende goudmijnen te zijn. De kapitalisten van Witwatersrand waren ook het meest betrokken in de ondernemingen in het noorden; ze wenschten dus dat de Transvaalsche mijnen ook de schulden van Rhodesia zouden dragen, üm dit plan te kunnen uitvoeren was intusschen een samensmelting van beide landen bepaald noodig. Aan deze ineensmelting was bovendien een ander groot voordeel verbonden: de heeren konden dan de Kaffers tegen lage loonen in hun mijnen laten werken en alzoo hun zakken des te beter spekken. Thans kunnen ze zulks niet, daar de Regeering van de Boerenrepublieken steeds krachtig tegen dergelijke uitbuiterij geijverd heeft. De Engelschen hebben, gelijk we weten, de geheele negentiende eeuw door den mondvol gehad van hun hooggeroemde philanthropie. We vragen echter, nu we dit aanhalen, is er wel ellendiger, ziekelijker en verderfelijker philanthropie denkbaar? Inderdaad de tegenwoordige oorlog wordt om de Kaffers gevoerd; niet echter om ze te bevrijden, maar om ze tot slaven van de Britsche geldwolven te maken; en het is voor zulk een doorzetten van de plannen dezer vourstanders der moderne slavernij, dat er zooveel kostbaar menschenbloed moet vloeien, dat er zulke enorme schatten besteed worden. Donkerder schaduw kan er zeker wel niet over dezen schandelijken oorlog geworpen worden! — Teneinde het groote doel te bereiken, moest te Johannesburg, evenals vóór den inval van Jameson, de mijn worden geladen, zoodat de veraf wonende Engelsche aandeelhouders konden voorbereid worden voor den dag, waarop de annexatie langs constitutioneelen weg haar beslag zou krijgen. Het moet gezegd, de Johannesburger heeren speelden hun rol uitmuntend; het vuurtje bleef aanhoudend branden, nieuwe voorraad wakkerde de vlam voortdurend aan. Trouwens de zoogenaamde Uitlanders grieven vormden een onuitputtelijk en onbetaalbaar magazijn. In den loop van 1897 werd de agitatie dan ook zoo hevig, dat de Regeering van de Republiek besloot, een Commissie van ambtenaren en mijnmagnaten te benoemen, teneinde een grondig onderzoek naar de vermeende grieven der uitlanders in te stellen. Werkelijk bevond de Commissie, dat er wel wat te verbeteren viel.

Sluiten