is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze erkende o. a. — dat de prijs van dynamiet te hoog was; — dat de tarieven van de Nederlandsch-Zuidafrikaansche Spoorwegmaatschappij eveneens te hoog waren; — dat de invoerrechten op levensartikelen dienden verlaagd te worden, vooral in het belang van den werkman te Johannesburg; — dat strenge maatregelen dienden genomen te worden, om gouddiefstallen tegen te gaan; — dat strenge toepassing der Paswet op de kleurlingen noodzakelijk was en dat de wet op algeheel verbod van alcohol aan de kleurling-arbeiders streng gehandhaafd moest worden. Ten slotte stelde de commissie voor, een Adviseerenden Raad aan den Witwatersrand te benoemen, welke de regeering advies zou geven in zake de voorgestelde maatregelen. Nauwelijks had de commissie rapport uitgebracht, of de Volksraad toog terstond aan den arbeid; want Oom Paul en de zijnen wenschten niets liever dan den vrede te bewaren. Wel werd er geen Raad aan den Witwatersrand ingesteld; doch overigens hadden de uitlanders alle reden tot tevredenheid. De prijs van dynamiet werd aanmerkelijk verminderd, zoodat deze thans bijna gelijk staat met de Europeesche marktprijzen, vermeerderd met een protectief invoerrecht van twintig shilling per kist. De spoorwegtarieven werden zoodanig herzien, dat er na dien tijd geen klachten meer gehoord werden. En wat de administratie der Drankwet, Paswet en Gouddiefstallenwet betreft, — van gouddiefstal wordt nooit meer gehoord, en de vertegenwoordigende lichamen der mijnindustrie hebben herhaalde malen hun hooge tevredenheid betuigd met de administratie der Paswet en vooral met die der Drankwet. Zoo waren dus de grieven der uitlanders weggenomen. Dat het de regeering ernst was dan vrede te handhaven, bleek alleen reeds hieruit, dat de vermindering der vrachtprijzen en de verlaging van de invoerrechten op verschillende artikelen een daling van zevenhonderd duizend pond sterling in de staatsinkomsten teweegbrachten; — voor een staat als de Zuidafrikaansche Republiek waarlijk een enorme som. We mogen er dan ook bijvoegen, dat nergens ter wereld een beter bestuurd mijngebied bestaat dan aan den Witwatersrand. Toen in het jaar 1886 in verschillende deelen van de Zuidafrikaansche Republiek goud ontdekt werd, brak voor het eenvoudige Roerenvolk een nieuw tijdperk aan. Van een toestand van groote armoede zou de Zuidafrikaansche Repubiek binnen weinige jaren een rijke en voorspoedige staat worden, een land, overstroomd door avonturiers en speculanten. Het kale veld werd bevolkt door menschen, uit de meest heterogene bestanddeelen hier saamgebracht. 't Was een heele verandering voor de Roeren. Tot hiertoe