Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stanley, de wereldberoemde Afrika-reiziger, die door den heer Rhodes werd uitgenoodigd om de opening van den hoog opgevijzelden spoorweg naar Buluwayo bij te wonen, gaf in zijn «Trough South Africa" de volgende beschrijving van Paul Kruger, welke zonneklaar bewijst, hoe ook deze vermaarde man zich dooi' den Afrikaanschen Napoleon heeft laten medeslepen: «De president," zegt Stanley, «heeft een laag, smal voorhoofd, dat gebrek aan verstand verraadt (wat trouwens de Engelschen voor en na zelf het best ondervonden hebben). Op het oog is hij slechts een norsche, beestachtige gevangenbewaarder, gekleed in ouderwetsche, slecht passende, zwarte kleeren. Hij heeft geen enkele goede karaktertrek, die het publiek er toe zou kunnen brengen, hem te bewonderen!" ... Tot zoover Stanley. Wij hebben gemeend, dit getuigenis, hoe onrechtvaardig, lasterlijk en valsch dan ook, niet achterwege te mogen laten. We voegen er echter bij: wanneer een man als Stanley op zulk een toon spreekt over den eminentsten persoon, dien de Zuidafiikaansche Republiek bezit, dan behoeft het ons waarlijk niet te verwonderen, dat de brave en dappere Hollandsche Boeren door het misleide Engelsche volk beschouwd worden als de domste, ellendigste en verachtelijkste wezens, die op Gods aardbodem te vinden zijn. Naast den afzichtelijken kolos, dien Stanley ons te aanschouwen geeft, plaatsen we intusschen het beeld van Paul Kruger, zooals ons dat geschetst wordt door den heer J.F.vanOordt in zijn heerlijk werk : Paul Kruger en de opkomst van de Zuidafrikaansche Republiek, i) — Paul Kruger is een forsch gebouwd man; hij lijkt alleen kleiner dan hij is, omdat hij ontzettend breede schouders heeft. Eigenaardig zegt dan ook de heer Mermeix: «Paul Kruger est comrne un roe." Het gelaat is breed, de wangbeenderen zijn eenigszins hoog, de oogleden gezwollen, en — daar zware zorgen zijn wenkbrauwen hebben doen samentrekken en de rimpels zijn voorhoofd bedekken — zijn de oogen eenigszins verkleind, wat aan het gelaat een eigenaardige uitdrukking geeft. Wordt hij echter opgewonden, en voert hij een gesprek, dat hem interesseert, dan worden de oogen grooter; er komt gloed en vuur in; men leest er iets gedetei mineerds in, dat tot u zegt: «dit is zóó en niet anders." Een ietwat gioote neus staat boven een zeer scherp geteekenden mond, waarvan de onderlip, waarschijnlijk door het gebruik van de onafscheidelijke tabakspijp, eenigszins hangt; doch de hoeken van den mond zijn vast gesloten en versterken niet weinig de forsche uitdrukking, die de kentrek

1) Men leze ook de schets van Dr. Hendrik F. N. Muller over Oom Taul.

Sluiten