is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

intusschen tot verrotting over en het koudvuur doet het ergste vreezen. Daarom snijdt onze Nimrod met zijn eigen jachtmes het bovenste lid van den aangestoken duim weg, en wanneer kort daarop ook het tweede lid blijkt aangestoken te zijn, gaat hij voor de tweede maal met de grootste koelbloedigheid tot een operatie over, waardoor verder voortwoekeren voorkomen wordt.

Als jongeling kon Oom Paul verbazend hard loopen. Een racepaard hield hij met gemak een halve mijl bij. Eens was er door een Kafferhoofd een wedstrijd in het hardloopen uitgeschreven. Er waren verschillende bakens uitgezet, o. a. ook een bij de woning van Caspar Krnger; de deelnemers aan den wedstrijd moesten die passeeren. Paul was toen zeventien jaar. De jongeling had groote lust naar de prijzen mede te dingen, en toen de kaperkapitein hem zulks toestond, was hij één, twee, drie op de kampplaats. Toen hij voor de eerste maal zijn huis voorbijkwam, was hij al zoo'n eind vooruit, dat hij den tijd had om op zijn gemak koffie te drinken. Van deze gelegenheid maakte hij tevens gebruik om een licht jachtgeweer mede te nemen; want hij had terloops opgemerkt, dat de streek, waar hij door kwam, alles behalve veilig was. Toen vervolgde hij zijn weg. Na eenigen tijd was hij alle kaffers weer een heel eind voor. Vruchteloos wierpen dezen schild en assegaai weg; tegen zulk een concurrent waren ze in de verste verte niet opgewassen. Ten slotte zag onze Paul nergens, zoo ver zijn oog reikte, een hardlooper meer. Daarom rustte hij wat uit en keek eens rond, of er ook een blesbok of zoo iets te schieten viel. Het geluk diende hem .... hij zag iets ritselen in het lange gras. Maar, lieve hemel! Geen blesbok .... een leeuw stond plotseling voor hem. 't Was een vreeselijk oogenblik. Een oogenblik verbleekt hij, doch ook een oogenblik slechts. Toen treedt hij moedig twee passen voorwaarts en legt aan. Helaas!... zijn geweer ketst. Daar doet de leeuw een vervaarlijken sprong, het zand stuift Paul om de ooren. Maar op hetzelfde oogenblik is zijn besluit genomen. Den loop van het onbetrouwbare geweer met zijn vuist omklemmend, loopt hij onvervaard op den Koning der dieren toe en wil dezen met de kolf den kop verpletteren. Zooveel durf heeft de aanvaller waarschijnlijk niet bij zijn tegenstander verwacht; — druipstaartend trekt hij af. Daarna vervolgt de jongeling bedaard zijn weg, na eerst het geweer in orde gemaakt te hebben. Hij bereikt het eerst van allen den eindpaal, en wint met gemak den eersten prijs, bestaande in een span jonge ossen.

Ziedaar eenige sterk sprekende staaltjes van Krugers kunst in het