Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

type van moed, kracht en vaderlandsliefde voor het oog oer irouwe Afrikaners. Vast omklemt zijn breede hand het roer van den staat ; zijn helder oog ontwaart al de klippen, maar kalm en rustig blijft hij onder het geloei van den storm. Rustig ligt de Leeuw van Rustenburg, het oog gericht op zijn God, de klauw op de Vlag der onafhankelijkheid. Geen teeken van aanval, — hij neemt een verdedigende houding aan. Maar wee hem, die de vlag der onafhankelijkheid durft aanranden. Strijden zal hij en zich verdedigen tot den laatsten druppel bloeds. En wanneer Albion over de honderdduizend soldaten op zijn volk afstuurt, met lanciers om de gewonden te doorsteken, en grauw en geboefte om vrouwen en dochters te onteeren, dan roept hij keizerin Victoria en den valschen Chamberlain toe: «Slechts over onze lijken zult gij ons land veroveren; het zal geschieden tot een prijs,waarvoor geheel de wereld, geheel Europa sidderen zal!"

Helaas! Terwijl we dit schrijven, staat Oom Paul gereed, het land te verlaten, welks verleden en heden zooveel blijde maar ook droeve herinneringen bij hem moet opwekken. Ziekelijk en afgemat door de zware levenszorgen der laatste jaren, niet meer in staat om den vermoeienden guerilla mede te strijden, heeft hij na rijp beraad de leiding van den staat in handen gegeven van zijn trouwen vriend, den vice-president Schalk Burger. Reeds heeft het Nederlandsche Oorlogsschip »de Gelderland" het anker laten vallen in Delagoa-baai, om den kloeken grijsaard op waardige wijze uitgeleide te doen. Straks zal hij zijn voet zetten op Europa's bodem, waar hij buiten het bereik is van de listen

en lagen zijner overmoedige vijanden

Paul Kruger vertrekt naar Europa, niet uit lafheid, zooals de Jingobladen schreeuwen, maar gedwongen door het ijzeren noodlot. En terwijl de kern van zijn trouw volk den ongelijken kamp met den moed der wanhoop voortzet, terwijl Louis Botha en Ben Viljoen en Oom Koos en Oom Christiaan de laatste krachten inspannen om hun duurgekochte vrijheid te redden, zal Oom Paul elders de rechten van zijn volk verdedigen en de Grooten der Aarde aan hun plicht herinneren om den zwakke in bescherming te nemen tegen den brutalen rechtsverkrachter. Moge hem dit gelukken! Nog is het pleit niet verloren, nog vertrouwen de volkeren op de zegepraal van het recht. Zoo ooit, dan roept onze eigen roemrijke geschiedenis den wankelmoedigen met forsche stem toe: »E^e desespereert niet als de nood het hoogst is, is de redding nabij! )

1) Het laatste hoofdstuk van dit werk zal gewijd worden aan den tegenwoordigen oorlog. De volgende hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de beschavingshistorie: taal, land, volk, inboorlingen, goud,

Sluiten