Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heimath is ook oorzaak geweest, dat hij op hetzelfde peil van beschaving is blijven staan als zijn voorouders.

Als men het voorgaande in aanmerking neemt, — zegt Olive Schreiner— verbaast men er zich w erkelijk niet over, dat de Zuidafrikaansche Boer, een Europeaan pur sang, afstammeling van twee der meest beschaafde natiën van Europa, rijk grondeigenaar en bezitter van tallooze kudden en een menigte dienaren, toch in de tweede helft der negentiende eeuw denkbeelden huldigt, die den spot van den eenvoudigen straatjongen zouden opwekken. Of klinkt het niet haast ongeloofelijk, dat zijn geloof in heksen en spoken onwrikbaar vaststaat; dat hij tot kort geleden den aanleg van een spoorweg tegen Gods wil achtte; dat hij schurft en huidziekten als beschikkingen van den Almachtige beschouwt, waartegen geen geneesmiddelen mogen aangewend worden? Dan verwondert het ons ook niet, dat de Boer van het jaar 1900 precies zoo schrijft en spreekt en denkt als de mannen van Jan van Riebeek en hun kinderen. Want wie meenen mocht, dat de Taal der Boeren slechts weinig van onze moedertaal verschilt, vergist zich schromelijk. Die afwijking is zóó groot, dat de zoon van den Transvaalschen Boer, die aan de Kaap voor zijn examen werkt, de studie van het Nederlandsch even moeilijk vindt als die van Fransch of Engelsch;. tusschen de taal der Camera übscura en van een Transvaalsche courant is schier even groot verschil als tusschen het Oud-Hollandsch en het Nederlandsch onzer dagen; en een Amsterdamsch tuinman, die voor het eerst op een villa van een Hollandsch-Afrikaansche familie zijn werk verricht, loopt groote kans, door zijn meesteres voor een Duitscher te worden aangezien, en zulks vanwege zijn vreemde taal, die zij heelemaal niet verstaat.

Gaan we thans de Taal der Boeren in hoofdtrekken na. We zullen in de eerste plaats een wijle stilstaan bij het Boeren-Proza, daarna ook aan de Boeren-Poëzie de aandacht schenkende, welke deze onzes inziens, ten volle verdient.

1. HET BOEREN-PROZA.

De Zuid-Afrikaansche taal, die tot stam heeft de Oud-Hollandsche taal; _ Zegt de heer Tromp !) — is zeker het leelijkste en meest vermengde dialect, dat ooit bestond. Het wemelt van gallicismen, germanismen en anglicismen, en er komen ook veel Maleische en Kafferwoorden in voor. Nu, de heer Tromp heeft daar heelemaal geen ongelijk in. Het ligt nl. voor de hand, dat de taal eens volks, uit zooveel ver-

1) Theod. M. Tromp. Herinneringen uit Zuid-Afrika gedurende de annexatie.