Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dergelijke rampspoedige tijden was de traditioneele tabakspijp de eenige troost:

Mijn Pijp, mijn Pijp, hij is mijn maat,

Hij 's bij mij altijd vroeg of laat,

Hij is mijn troos en mijn pleisier,

Wil ek hom hê, dan is hij hier.

Jij kan nie praat nie, dit is waar,

Mar jij is daarom altijd klaar Om troost te gê in tijd van noot,

Ek sal jon nooit van mij verstoot.

De Transvaalsehe Boer is opentop conservatief. Hij houdt zich bij liet oude en heeft een afkeer van alle nieuwe snufjes, die voor hem »uit den booze zijn". Aan dokters heeft hij 't land, evengoed als aan

Gezicht op Weenen.

de nieuwe kerkgezangen; spoorwegen en trams verwenscht hij naar de andere wereld, het woord modern is voor hem om griezelig te worden, en de kaiïerpolitiek van de brave Engelsche zendelingen (!), neen, daar kan hij zich heelemaal niet mee vereenigen. Ou-baas drinkt graag een glaasje; — het typische »zopie" speelt zelfs een soort rol in Reitz' dichtbundel — maar dronkenschap staat niet in zijn boekje. Van vloeken heeft hij eveneens een afkeer, en langslapen — dat moet ge bij hem ook niet zoeken. De volgende dichtregelen leveren van dit alles de proef op de som:

Sluiten