Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"enoteerd stonden dan de onbruikbare of zelfs gevaarlijke Hottentotten en Negers. Daardoor ontstond een belangrijke slavenhandel met Batavia welke een voortdurenden aanvoer van het Maleische element ten"•evol^e had. Deze Maleische slaven — ze worden in de wandeling Slamajers genoemd - verkeeren in vrij wat gunstiger omstandigheden dan vele hunner stamgenooten in de Bataviasche kampongs; men tre onder hen tal van welgezeten ambachtslieden aan; — ze vormen e aristocratie onder de gekleurde rassen van Zuid-Afrika.

De slaven werden in afzonderlijk daarvoor ingerichte schepen naar Zuid-Afrika gebracht en bij hun aankomst aldaar onder de kolomsten

verdeeld Het was door den handenarbeid dezer ongelukkige wezens, dat

de muren van de oude Hollandsche forten en huizen werden opgebouwd, waarvan we nu nog de stevigheid bewonderen ; en het was ook door hun handen, dat die trotsche eikenlanen en wijnbergen werden aangelegd, die zich nog heden op enkele plaatsen in de Kaapkolonie mijlen ver uitstrekken. Ter wille van de onpartijdigheid mogen wij hier mede niet verzwijgen, dat een goed deel van de bewoners van Zuid-Afrika wordt ingenomen door de zoogenaamde halfbloedmenschen, die een der lastigste elementen der bevolking uitmaken en aan het Zuidafrikaansche nationale vraagstuk: »één Afrika van Grootrivier tot TUaela!" zoovele bezwaren in den weg leggen. Want te loochenen valt het" niet: zoolang de slavernij in de Kaapkolonie geduurd heeft, heelt er ook bloedvermenging van Boeren en Zwarten plaats gegrepen, en typisch voorzeker is de openhartige mededeeling van een ouden Boer, die o a verklaarde: »als ik een slavin wensch, die ik vertrouwen kan, ZOVa ik er voor, dat ze mij een kind schenkt." In dit opzicht staan de voorvaderen der Boeren op één lijn met Spanjaarden en Engelschen, en terecht zegt Olive Schreiner: »dat een hoog zedelijk zelfgevoel < e menschen er toe drijft hun bloed rein te houden en »van vreemde smetten vrij", moge een bekoorlijk ideaal voor de toekomst zijn, een historisch geconstateerd feit is het niet!" Lastige, ontevreden elementen die halfbloedmenschen, zeiden we daareven. Geen wonder: een volbloed kleurling voelt zich trotsch op zijn raszuiverheid, een witmensch wordt door iedereen gerespecteerd, - een halfbloed daarentegen wordt beschouwd als zoo iets van het gebroken wijnglas, dat van een nac telijk feestmaal is blijven zwerven; hij is een steen des aanstoots voor zijn omgeving; hij is niet in harmonie met zich zelf; hij behoort, helaas! tot de schepselen, die hun eigen bloed verachten. »Ik zou my zelf in den arm kunnen bijten," zei eens een halfbloedmeisje, »als ik

Sluiten