is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dngga, een soort van hennep, waarbij een koehoorn hun tot pijp dient. Naast tabak en dagga levert ook «Ie snuif een nationaal genotmiddel. Geen Kaffer, of hij bezit een houten ileschje of een stuk van een patroonhuls, waarvan de onderste helft met snuif gevuld is. Fijn uitgesneden houten lepeltjes, of liever nog eierlepeltjes, die hij bij den een of anderen Boer gestolen heeft, dienen hem om deze prikkelende stof met groote proppen in mond en neus te stoppen.

Kenschetsend is het, wat de heer S. Kallï in zijn werk: «Onder een worstelend Volk" zegt aangaande het rooken, drinken en snuiven der inboorlingen. »Hier zagen wij niet meer den semi-geciviliseerden ZoeloeKaffer van Kaapstad of Johannesburg — zegt hij —, maar den wilden. Zij hadden niets aan 't lijf dan een voorschoot, vervaardigd van de huid eener wilde kat of soortgelijk dier, rnet het harige gedeelte naar buiten gekeerd; voorts eenige lange veeren overeind in hun kroeshaar gestoken, en o ja! ook nog een leege patroonhuls, hun snuifdoos, die zij aan een hunner ooren hadden opgehangen. Later zagen wij eenigen voor hun kraal zitten, bezig dagga te rooken en kafferbier te drinken, 't Eerste, een soort van wilde hennep, die overal op het veld groeit en een korte bedwelming

of liever prikkeling teweegbrengt, voorafgegaan door een scherpen hoest:

een gevolg van de irritatie der longen door de branderige rook. De aanval duurt echter niet lang; wanneer men een Kaffer op uitbundige wijze zijn blanken broodheer of zijn eigen opperhoofd hoort prijzen en verheerlijken, dan kan men er wel op aan, dat hij een pijpje dagga heeft gerookt, want zóó is de uitwerking van dien kortstondigen roes. Zijn die hennepdampen uit zijn brein verdwenen, dan is zoodanige patroon of kafferkoning natuurlijk geen oortje meer waard. De dronkenschap echter, die uit het gebruik van kafferbier ontstaat, is op verre na niet zoo onschuldig; de meeste twisten en vele misdaden onder hen vinden daarin hun aanleiding. Zoowel mannen als vrouwen drinken het bier uit groote kalebassen, ware Gargantua-bekers, en steeds gaat het bij hen ad fundum d. i. tot den bodem: Doch een beschonken kaffer is als een stootsche bok, dien men het best doet uit den weg te gaan, vooral wanneer hij zijn assegaai in de hand heeft."

Huwelijkstrouw is bij de Kaffers een onbekende zaak. Kan een Kaffer het betalen, dan stelt hij zich niet met één vruuvv tevreden, maar koopt er eenige bij, die hij dan als slavinnen behandelt. Het zijn inderdaad diep beklagenswaardige wezens, die Kaffervrouwen: terwijl haar echtgenooten een lui en vadsig leven leiden, en zij allen arbeid alléén moeten verrichten, worden ze voor de minste oveitreding afge-