Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze geen grooter genot dan rondom het knappend vuurtje dij aen typiscnen rijst- of mieliespot elkander met de luimigste verhalen bezig te houden. Zoo'n Kaffer, die aan het woord is, weet het gezelschap door allerlei kwinkslagen te boeien, liegt alsof het gedrukt staat en is één en al beweging. Op den vreemdeling maakt zijn gesnap een zonderlingen indruk. De Kaffer gebruikt nl. bij zijn praten tong en gehemelte meer dan lippen en keel, — een gebruik, dat ook de overige inboorlingen in meerdere of mindere mate met hem gemeen hebben. Dit eigenaardig klapperend geluid, de clic geheeten, doet onwillekeurig aan het leegschenken van een ilesch met nauwen hals denken. Ook wanneer ze van huis zijn, beoefenen de Kaffers vlijtig de gezelligheid. Ontmoeten b.v. twee Kaffers elkander onderweg, dan groeten ze mekaar zoo hartelijk mogelijk, zelfs wanneer ze op grooten afstand van elkander verwijderd zijn. Zangerig en muzikaal zijn ze bovendien. Bij voorkeur bespelen ze de «poenietse, het geliefkoosde instrument, dat hen steeds onafscheidelijk vergezelt. Dit bestaat uit een hollen, krommen koker met slechts één snaar. Al tokkelende blazen ze over de opening, welke ongeveer in het midden van den koker is aangebracht. In vrijen tijd is het bespelen van dit zonderling instrument hun grootste genot. Ook het dansen is voor hen een heerlijke uitspanning: — de woeste, ridderlijke krijgsdansen van de vurige Zoeloes zijn trouwens genoegzaam bekend. Mijlen ver kunnen ze al huppelend op de maat afleggen. Het gebeurt zelfs, dat de danswoede zich eensklaps van hen meester maakt; dan laten ze den dringendsten arbeid in den steek om zich met volle teugen aan dit genot over te geven. Vooral als een Kafferjongeling aan een aangebeden schoone het hof gaat maken, zet hij zijn beste beentje voor, en in sierlijke lichaamsbewegingen doet hij alsdan zelfs voor den meest fatterigen dandy niet onder. Voor kindermeisje zijn de Kaffers uitmuntend geschikt. De Zoeloes inzonderheid hechten zich zoo innig aan de hun toevertrouwde blanke knapen en meisjes, dat deze band hun meermalen den terugkeer naar de vaderlijke kraal belet. Het is dan ook werkelijk aardig, zegt de heer Tromp, om te zien, hoe een groote, leelijke, woeste Kaffer de genegenheid der kleinen weet te winnen, en hoe de ruwe handen met onbegrijpelijke voorzichtigheid en teederheid het hulpbehoevende wicht aanpakken. De Kaffers houden veel van reizen; ze doen dit echter steeds te voet. Bepakt en beladen, wandelen ze in troepjes van het eene district naar het andere, en al snappend en schertsend valt hun de weg niet lang. Hun tred is veerkrachtig en gelijkmatig, en zonder onaangename gevolgen leggen ze verscheidene dagreizen achter

Sluiten