Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De echte Boer voelt voor Parijs en Den Haag geen greintje meer sympathie dan voor Weenen en Madrid, zeiden we daareven. Zulks neemt intusschen niet weg, dat — juist tengevolge van hun voort durende afzondering — de Boeren van Zuid-Afrika vele merkwaardige punten van overeenkomst vertoonen met ons, Nederlanders. »Van w elk oogpunt men hen ook beschouwt, roept de heer Hendrik P. N. Muller *) uit, steeds ontmoet men eigenschappen of gewoonten bij hen, die zij gemeen hebben met ons volk of die aan óns verleden herinneren. Van wie anders toch dan van ons zouden zij, echte landrotten, die nooit de zee gezien hebben en zelfs bijna nimmer een bootje, in hun taal de tallooze uitdrukkingen hebben, die ontleend zijn aan het zeemansleven ! Want van deze vloeit het bij hen over. Niet van keuken spreken zij, maar van kombuis; steenen noemen zij klippen, hun legeisteile kooi. Hetzelfde conservatisme, ons eigen, kenmerkt ook den Boer; alleen heeft de jarenlange afscheiding tusschen hem en de blanke wereld die neiging nog vergroot. Bedachtzaamheid en kalmte vinden wij bij hem evenals bij ons. Niettegenstaande het klimaat tot vroolijkheid stemt en veelal tot overdrijving aanleiding geeft, ziet men slechts zelden een opgewonden Boer. Onder alle omstandigheden vindt men hem ernstig, kalm, recht als een kaars en in het volle besef zijner waardigheid. Evenals wij is hij groot in het groote en klein in het kleine. Zonder aai zelen verlaat hij huis en hof, wanneer zijn vrijheid bedreigd wordt, en gaat dapper en onvervaard onbekende, woeste streken tegemoet. Maar vooi zaken van haast geen belang begeeft hij zich in eindelooze twisten en onderhandelingen ; en nooit wordt bij een koopwaar machtig, van hoe geringe waarde ook, zonder dat hij op alle mogelijke wijzen getracht heeft op den prijs af te dingen." — Tot zoover de heer Hendrik Muller. Inderdaad, zoo is het: met volle overtuiging mogen wij het Ds. Lion Cachet -') nazeggen: »De Boeren van Transvaal en Oranje-Vrijstaat zijn ons geen vreemdelingen meer. Hun afkomst van eerlijken bloede — Hollandsch bloed met dat der Hugenoten vermengd — is ons bekend. Hun karakter

is in vele opzichten ons eigen, eigenaardig volkskarakter; zelfs een groot

deel van het Hollandsche phlegma hebben zij in hun karakter, hoewel verbonden met een zekere lichtgeraaktheid, die van hunne, ook hransche afkomst, getuigt. Het duurt lang, eer zij tot handelen komen, maar weten dan ook van aanpakken.») Spoedig beleedigd, zijn zij nog

1) Dr. Hendrik P. N. Muller. Zuid-Afrika.

2) Ds. Lion Cachet. De Worstelstrijd der Xransvalers.

3) De tegenwoordige oorlog heeft dit andermaal bewezen.