Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoetjesaan begint door te dringen, toch staat het onderwijs in de beide Boerenrepublieken nog op een vrij lage trap. In den Vrijstaat verkeert het wel is waar in iet of wat gunstiger condities, de wakkere staatspresident Jan Hendrik Brand heeft er indertijd veel voor gedaan, en de wegen zijn er ook over het geheel vrij wat beter; — doch ook hier laat het nog veel te wenschen over. Dat vindt zijn oorzaak eensdeels in het gemis aan geschikte onderwijskrachten, ten andere in de groote uitgestrektheid der boerderijen. Vooral dit laatste staat het bouwen van scholen in den weg. Slechts in enkele dicht bevolkte centra

Staatsmodelschool te Pretoria.

kan hieraan gedacht worden; overigens wordt het onderwijs op de hoeve zelf gegeven. Het onderwijs is er dan ook geen rijkszaak. Wel worden de scholen door de regeering zooveel mogelijk financieel gesteund, en zulks naar het aantal leerlingen; — vooral in den Vrijstaat geschiedt dit _ maar overigens is het onderwijs geheel en al een zaak der Burgers. In vroeger dagen, en ook tegenwoordig in de meer noordelijke streken nóg, werd er slechts weinig of geen onderwijs aan de kinderen gegeven. Hun moeders of grootmoeders leerden hun de «Tien Geboden" en het «Onze Vader" en vertelden hun soms kleine stukjes bijbelsche geschiedenis; en zoo bij gelegenheid, te hooi en te gras, werd wel eens een gepasporteerde soldaat of een van elders als zwerveling aangekomen

Sluiten