is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bovendien door vriendelijke, gastvrije en verstandige lieden, leveren deze »Kaapsche plaatsen" een genotvol rustoord aan den voorbijtrekkenden reiziger. Op de boerderijen houdt men zich veel bezig met de schapenfokkerij; kudden schapen van twintig tot dertig duizend stuks zijn lang geen zeldzaamheid; de uitvoer van wol bedraagt dan ook wel twintig millioen gulden per jaar. Ook de struisvogelteelt biedt aan velen een bestaan. *). Hoewel elke boerderij haar paarden en muilen bezit, wordt het hoornvee toch meest als trekdier gebruikt. De Kaapkolonie bezit vele uitgestrekte bosschen; toch doet het gebrek aan geschikt timmerhout zich vrij sterk gevoelen. Dat komt, doordat het Zuidafrikaansche hout voor verschillende doeleinden niet geschikt is, doordat het, droog geworden, in buitengewone mate aan krimpen zoowel ate springen onderhevig is. Daar staat evenwel tegenover, dat sommigjf houtsoorten zich door een fraaie kleur onderscheiden, terwijl andere zóó. duurzaam zijn, dat palen, in Van Riebeeks tijd ingeheid, thans nog dienst doen, verrotting en witte mieren ten spijt. Bovendien wordt er cederhout gevonden, dat voor de Libanonsche ceders in kwaliteit geenszins behoeft onder te doen. Rijk is de Kaapkolonie ook aan mineralen, schoon op verre na niet zoo rijk als de Transvaal. De treinen worden goeddeels door eigen kolen gedreven, ijzer wordt nu en dan door de Inboorlingen opgegraven, terwijl ook goud en lood hier en daar sporadisch worden aangetroffen. Karakteristiek voorzeker, echt Jingo'sch: de koloniale wet bepaalt, dat het recht op edelgesteenten of edele metalen, die zich in den grond bevinden, van nature toekomt aan de regeering, evenals de plaataar zij gevonden worden. De geheele handelsbeweging der kolonie heeft in den laatsten tijd c. a. 12 millioen pond sterling per jaar bedragen. Aan goede wegen is de Kaapkolonie rijker dan eenig ander deel van Zuid-Afrika; ze worden veelal door kettinggangers aangelegd. Voor de bruggen wordt mede de noodige zorg gedragen; en spoorwegen en telegrafen verbinden er tegenwoordig de voornaamste plaatsen, zoodat het reizen er dus niet meer zooals in den Vrijstaat en de Transvaal aan groote bezwaren onderhevig is.

Ook het onderwijs is er beter ingericht dan hier. Men heeft het tegenwoordig zoo ver gebracht, dat ook geëxamineerde Zwarten voor de klasse staan, en overal kunnen de blanken redelijk lager onderwijs ontvangen, terwijl hier en daar tevens ambachtsscholen voor de inboorlingen bestaan. Wat het hooger onderwijs betreft, de Universiteit van

1) Zie: Oranje-Vrijstaat.