Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men aan het loven en bieden ging. kwam menige kostbare diamant uit een smerige Kafferhut te voorschijn, lwee jaar later o. a. kocht de Boer Schalk van Niekerk van een Griqua-neger een steen voor 400 pond sterling. Dit was de beroemde »Ster van Zuid-Afrika", die — te Amsterdam geslepen — later voor 3 ton gouds verkocht werd en de eereplaats bekwam in het juweelkoffertje van gravin Dudley. Na dien tijd werden er steeds meer diamanten gevonden, en tegelijk veirezen de delverskampen uit den grond. De grootste mijn was intusschen nog niet ontdekt. Dit zou geheel toevalligerwijze geschieden. Eenige jongelui nl. uit Colesberg, in een kamp aan de Vaal gelegerd, rustten na een wandeling wat uit op een kopje, niet ver van het kamp gelegen. Bij liet spelen met een kurketrekker in den grond, vond een hunner een kleinen diamant, waarna natuurlijk allen aan het giaven gingen. En zie, — weldra bleek het, dat de diamanten daai als gezaaid waren. Dit had plaats in het jaar 1871; het kopje werd eerst Colesberg genoemd, later New Rush, en ten slotte ontving het den tegenwoordigen naam en wel naar Lord Kitnbevley, den toenmaligen Britschen minister van koloniën. Ziedaar den oorsprong van het fraaie en rijke Kimbei ley. 1) Want fraai en rijk, ja weelderig mag de Diamantenstad met waarheid heeten. Prachtige paleizen, waar de diamantenkoningen zetelen; breede, zorgvuldig onderhouden geplaveide straten, reusachtige handelsgebouwen, electrische trams en electrisch licht, sociëteiten en clubgebouwen en sportterreinen en tennysbanen; rijk uitgestalde winkels en welvoorziene magazijnen, druk bezochte bars en cantines alles doet denken aan een Europeesche stad, die in groot en klein met den tijd is meegegaan. Nauwelijks was de blijde mare tot Europa doorgedrongen, of de goudkoorts verhitte hoofden en gemoederen en sloeg dra ook naar de Nieuwe Wereld over. Daar kwam de rush. Uit alle oorden der weield stioomden diamantdel vers naar de oevers van de \ aalrivier. Maar terzelfdei tijd ook kwam er* een zwenking in de Britsche politiek. Men had weleei beloofd de Boeren met rust te laten en zich niet met die domme »Dutchmen" te bemoeien; — de verdediging van hun land kwam te duur te staan — nu kon tl at kwalijk langer. Die edele lord Kimbei ley .... in zijn groote edelmoedigheid maakte hij een nota openbaar, waarin hij alle verdere uitbreiding van het gezag der Republieken afkeurde. W aarom, lezer? Let wel — »omdat de Boeren dientengevolge een uitmuntende gelegenheid zouden krijgen voor hun slavenhandel, waarvan onder-

1) Jhr. F. A. (}. Beclaerts van Blokland. I)e Oranje-Vrijstaat.

Sluiten