is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXV. \<M'i'liiiid ni il«' Koeren.

Nauwelijks was «Ie schandelijke oorlog uitgebroken, of uit alle hoeken der wereld uitten zich de volkeren ten gunste der Boeren. Vooral in die eerste dagen, toen de dappere strijders aan de winnende hand waren en het slagen regende op den gepantserden kop van den gehaten Brit, waren de natiën één en al geestdrift voor het krijgshaftig volkvan Kruger en Steyn. De geheele pers was tegen den Engelschman, en de caricaturen, vooral de Fransche, op den dikbuikigen Joe waren venijnig genoeg om hem te doen knarsetanden. Maar nergens was de sympathie zoo groot, zoo algemeen als in ons kleine landje. Werd er voorheen weinig over de Boeren gesproken en geschreven, zelfs na den beruchten Jameson-raid, en leefde men niet met hen mede in de kalme vredesdagen, toen geen rimpel zich op het elfen staatsvlak vertoonde, — thans nu zij plotseling door een geweldige overmacht werden overvallen, veranderde eensklaps die houding, 't Was of een electrieke schok het trage, bedaarde Nederlandsche volk wakker schudde; 't was of het eigen zonen en broeders waren, wier leven en eigendommen daar ginds in den vreemde, ver onder den Evenaar, werden bedreigd; eigen vrouwen en dochters, die er onteerd werden door het Britsch gepeupel. O, die dagen van voorspoed der Boerenkrijgswapenen ! Hoe heerlijk klonken de Zuidafrikaansche liederen door de straten van dorp en stad! Hoe kwamen mannen en vrouwen van elke godsdienstige richting, jong en oud, rijk en arm, na het behalen van een Boeren overwinning bijeen, gaven luide hun vreugde te kennen, volgden de kaart en staken elkander een hart onderden riem! En wat een rouw in den lande, toen de pers de Jobstijding bracht, dat

de dappere Cronjé zich had laten insluiten! Welke bange oogenblik-

21