Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelden vertrouwen in deze kloeke Voormannen. Dank zij de snelle mobilisatie der Boeren, waren de grenzen spoedig gedekt. Mafeking en Kimberley ingesloten, Griqualand-West, Natal en de Kaapkolonie binnengetrokken ; en vol hope, welgemoed zelfs wachtte men den vijand af. Welgemoed, zeg ik, want gevaar dreigde er op dat oogenblik hoegenaamd niet. En mochten de »rooies" komen, dan zou het hun ontzaglijke moeite kosten om door den ijzeren gordel lieen te dringen. Proviand en ammunitie hadden de Boeren bovendien in overvloed; daar hadden Oom Paul en Oom Steyn voor gezorgd. En dat de noodige Long Toms en maxims gereed stonden om een woordje mee te spreken, — dat had men te danken aan Dr. Leijds en zijn wakkeren collega Dr. Hendrik Muller. Daarbij vonden de Boeren een trouwen en machtigen bondgenoot in de Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij, terwijl de Europeesche Ambulances, in het bijzonder de Nederlandsche, reisvaardig stonden om als reddende engelen den dapperen krijgers heul en lafenis te brengen. Had men hier te lande in den beginne gevreesd, dat de Engelsehe Artillerie den Boeren de loef zou afsteken, ras bleek, dat die vrees ten eenemale ongegrond was. Niet alleen de Transvaalsche, maar ook de Vrijstaatsche Artilleristen toonden weldra, dat ze hun vak in de puntjes verstonden; dat hadden zij te danken aan Kolonel Sc hiel en Majoor Al b recht. Vooral Majoor Albrecht, de kranige commandant van de Vrijstaatsche Artillerie, deed zijn naam en ook zijn vroeger land —hij is een Duitscher van geboorte — eer aan. Dood bedaard staat hij te midden van het hevigste vuur door zijn kijker te turen, — zegt een ooggetuige — en zijn bevelen te geven. En toen men hem opmerkzaam maakte op liet groote gevaar, waarin hij verkeerde, antwoordde hij kordaat, dat er nog »;jenoeg plek" aan zijn linker- en rechterzijde en rtboven zijn kop" was voor de Engelschen om te schieten. Een kogel gaf hem een schampschot aan zijn oor en veroorzaakte een lichte wond. Even kalm als gewoonlijk merkte de Majoor op: «Dat was amper mis!" Alleen wanneer hij hij het bombardement van Kimberley de kanonnen zag blitsen uit de Diamantenstad, orderde hij telkens: «Koest kerels!" waarop al zijn manschappen achter de schansen gingen. En toen luitenant Heister te midden van den bommenregen bleef staan, klonk zijn bevel. «Koest, kerels! en luit. Heister ook!" Majoor Albrecht en Piet Cronjé, met volle vertrouwen mocht men zich op hen verlaten. Want ook «Klein Piet" was een echte soldaat. Wanneer alle mans rustig lagen te slapen, bezocht Cronjé, in zijn groenen mantel gehuld, de wachtposten

Sluiten