Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun opgedragen last zouden volvoeren met een stiptheid, die aan het wonderbaarlijke grenst. Niet minder dan zes batterijen veld-artillerie, benevens een paar lyddietkanonnen en eenige maxims werden tegen dit kopje opgesteld, te zamen niet minder dan 43 stukken geschut. Daarbij een geheele brigade infanterie. En toch hield deze heldenschaar het uit van 's morgens half negen tot 's namiddags half vier onder den meest helschen bommenregen, dien men zich denken kan. Toen eerst werd door de Johannesburgers aan retireeren gedacht, tenminste door de 43, die nog leefden. Maar dit was dan ook het beslissende feit. Van alle kanten begon thans het terugtrekken. De longtoms en andere stukken werden in veiligheid gebracht, — ook in dezen arbeid gaan de Boeren met groote vaardigheid te werk — en voort ging het naar Komatipoort.

Eenige dagen later verspreidde zich het gerucht, dat ook Lijdenburg door de Engelschen bezet was. Vrijwel zonder slag of stoot was het in handen der rooies gevallen, en ook Barberton ging denzelfden weg op.

In den avond Van den 10 September kwam de Opperbevelhebber Louis Botha, die met 700 man Spitskop had weten te verdedigen tegen niet minder dan vier Engelsche divisies, in persoon te Nelspruit om met de Regeering te beraadslagen. Het gevolg was, dat de President en de overige regeeringsleden dienzelfden avond verdwenen in de richting van Lorengo-Marqués. Thans was met recht de toestand critiek geworden. Generaal Botha trok zich terug naar Hectorspruit met een paar duizend man, meest voetgangers. Het terrein aldaar was evenwel absoluut niet voor verdediging geschikt; bovendien was er gebrek aan ammunitie voor de kanonnen. De weg naar deze plaats lag voor de Britten open, en men besloot dus, alle voetgangers naar Komatipoort te zenden. En terwijl Oom Paul naar de Baai vertrok om zich straks met de «Gelderland" naar Marseille in te schepen, ten einde in Europa op arbitrage aan te dringen, trok Louis Botha met den waarnemenden President Schalk Burger en den Staatssecretaris Frank William Beitz benevens een honderdtal goed bereden en welvoorziene manschappen en een paar kanonnen naai- het noorden, om daar een nieuw strijdplan te ontwerpen en andermaal het «Réveille!" te blazen. Want, geloove wie het wilde, de oorlog was niet uit! De tiuerilla stond voor de deur, en dien zouden de Boeren met meer succes weten te voeren. Thans zou de profetie van den heer Wessels in vervulling treden: »Ieder Boer vormt een leger op zich zelf/"

Sluiten