Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts één enkele keer in uw bedorven harte een vonk overspringen van het heilig vuur, dat de brave en vrome en edele mannen en vrouwen van Transvaal en den Vrijstaat bezielt! Want braaf en vroom, dat zijn ze gebleven, de trouwe Boeren van Zuid-Afrika, zelfs in de zwaarste dagen van beproeving. Ware zielenadel en grootmoedigheid, — waar. lezer, in de geschiedenis, vindt ge hartelijker voorbeelden van deze edele karaktertrekken dan bij de Boeren? Waar vindt ge onder ruwer vormen glanzender, reiner hart?

Misleid Engeland, ongelukkig volk, zijt ge dan doof voor de stem van uw eigen oorlogscorrespondenten ? Een kapitalistische bent heelt ze u als barbalen geschilderd, heeft u den oorlog geschetst als een kruistocht tegen wilde volksstammen* Ach, hemel, zullen de woorden van uwe geloofwaardige correspondenten, die uit ondervinding spreken, dan nimmer doel treffen? »lk heb hen gezien," —zegt de berichtgever van Daily News — »als zij overwonnen, maar ook als zij klop gekregen hadden. Ik zag hen naai' hun hoeven gaan, waar vrouw en kinderen hen wachtten, en terugkomen met het gesnik hunner vrouwen nog in de ooien en de kussen hunner liefhebbende kinderen op de lippen. Ik heb grijskoppen onder hen zien sterven met gefronste wenkbrauwen en opeen geklemde tanden, en eenige baardelooze knapen den laatsten snik zien geven, terwijl hun bloed het Afrikaansche veld kleurde. Ik heb hen de scheidsgrens tusschen leven en dood zien overgaan met een k ring van ernstig ziende makkers om hen heen, die op hun geweren leunden, terwijl een broeder of een vader geknield lag en de hand drukte van hem, die weldra zou overgaan in het land, waar geen duisternis meer wordt gekend. Ik heb anderen zien glimlachen tegen vrouwen met een gelaat, dat, hoe ook door pijn verwrongen, minder droevig was om aan te zien dan de angstige gezichten der troosteressen, die bij hen knielden 111 die vreeselijke laatste ure... Bij mijn ziel, ik bezweer het u, »zij weten te stekven !"

»Neen," 1'oept de correspondent van de »New-York Herald" met overtuiging uit, «neen, de Boeren zijn geen wilden! Ik heb ze tranen zien storten," zegt hij, «terwijl zij de verminkte lijken der Engelschen op den Spioenkop begroeven. Een Boer zal een Engelschman geen kwaad doen, tenzij het moet," gaat hij voort. «Een paar weken geleden zag een Boer, die voorpostendienst deed, toen hij om een kopje reed, een Engelschen schildwacht op den grond slapen ; zijn paard graasde bij hem. Hij bleef een oogenblik naar Tommy kijken, en ging toen rustig zijns weegs, zonder hem te deren. Een makker, wien hij