is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der ziekenverpleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Latijnsch spreekwoord: „iets kan op verschillende wijzen goed gedaan worden".

Om eene goede ziekenverpleegster te zijn, is het noodig een en ander van het gezonde menschelijke lichaam en van de afwijkingen, die wij ziekten noemen, te weten. De hoofdzaak van haar werkkring toch zal bestaan in het ten uitvoer brengen der voorschriften van den geneesheer, en al kan men door oefening hierin zeer ver komen, indien men begrijpt wat men doet, zal het toch veel beter gaan. De dokter kan met minder woorden volstaan en is zekerder dat zijne bevelen geheel naar zijn verlangen uitgevoerd zullen worden. Ik wil dus beginnen met een en ander over den bouw en de verrichtingen van het menschelijk lichaam mede te deelen, daaraan tegelijkertijd afwijkende verschijnselen vastknoopende en aangevende hoe de verpleegster zich daartegenover te gedragen heeft.

In de Derde Afdeeling van dit boek zal de lezeres enkele wenken vinden omtrent de eischen aan eene goede verpleegster te stellen. Over één punt wensch ik echter nu reeds te spreken. Br is een ander Latijnsch spreekwoord dat zegt „naturalia non sunt turpia", „er is niets vies in de natuur". Het is niet zoo heel gemakkelijk om zich te overtuigen dat wij slechts sommige dingen vies noemen, en toch, vooroordeelen mag eene ziekenverpl. heelemaal niet hebben. Muizen zijn allerbevalligste beestjes, het is niet „eng" om eene spin beet te pakken, iemand met eene ziekte der geslachtsdeelen is evengoed ziek als een ander, een patiënt die verlamd is en zich voortdurend bevuilt, moet nog zorgvuldiger dan gewoonlijk verpleegd worden; de stank van een kankerlijder kan soms onuitstaanbaar zijn, alleen de ziekenverpl. van beroep store zich daaraan niet en doe haar plicht.

Geen valsche schaamte mag haar beletten over zaken te spreken die men in het dagelijksch leven vermijdt aan te roeren. Wel is het wenschelijk, om, ten einde niemands schoonheidsgevoel te kwetsen, voor sommige begrippen andere dan de Hollandsche woorden te kiezen. Ook tegenover den patiënt is het zeer aangenaam voor den geneesheer, indien zijne verpl. enkele van de meest gebruikelijke Latijnsche namen begrijpen. Ik zal hierop dus bij voorkomende gelegenheden opmerkzaam maken, en de lezeres zal weldoen er enkele van te onthouden.*)

*) Om dit te vergemakkelijken veroorlooft Schr. zich de aandacht te vestigen op het onlangs van zijn hand verschenen „Verpleegsters Zakwoordenboekje", (Amst. J. H.&G. van Heteren, 1899, Prijs / 1.50).