Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

darmen dat veel dikker is en daarom dikke darm heet, en wordt bij gelegenheid ontlast.

De ontlasting heeft plaats doordat de darm zich samentrekt, nauwer wordt door de spieren die er om heen loopen, en, geholpen door de buikpers, den inhoud uitperst.

Een gezond mensch heeft geregeld eens per etmaal ontlasting, sommigen tweemaal. Bedlegerige patiënten hebben minder vaak aandrang, waaraan dus tegemoet gekomen moet worden; hierbij dient echter wel in aanmerking genomen te worden dat dit slechts geldt voor overigens gezonde menschen, die om redenen geheel onafhankelijk van hun digestie apparaatbedlegerig zijn, bijv. wegens eene beenzweer. Het zou onzinnig zijn patiënten die zeer weinig eten of slechts voedsel gebruiken dat heel weinig faeces vormt, op kunstmatige wijze te dwingen net zoo vaak ontlasting te hebben als iemand die veel brood en groenten eet en flink beweging neemt.

29 Heeft een patiënt moeielijke ontlasting, dan kan dit zijn doordat de kringvormige spiervezelen slecht werken of verlamd zijn; het is duidelijk dat men dus zoo iemand helpen kan door die spiertjes tot meerdere werkzaamheid te prikkelen. Men kan dit doen door sommige geneesmiddelen in te geven, die dan door mond en maag ter bestemder plaatse aankomen of door dergelijke storten direct in den darm te spuiten, zooals gebeurt bij het zetten van lavementen. Tot de eerste soort middelen behooren wonderolie, groene poeder, Weener drank, aftreksel van bastjes, rhabarber en eene groote menigte van stoften die door den geneesheer moeten voorgeschreven worden. Lavementen kunnen bestaan uit warm of koud water, zeepwater, water waarin keukenzout opgelost is, olie, glycerine, enz. De laatste methode heeft nog het voordeel van faeces, die misschien wat hard zijn, dunner te maken en gemakkelijker ie doen glijden.

Bij het zetten van lavementen moet er, om geen gevaar te loopen den patiënt te verwonden, goed op gelet worden dat men inspuit in de richting van het darmkanaal; men heeft zich slechts te overtuigen dat de spuit staat in het verlengde van de wervelkolom. De hoeveelheid in te spuiten vloeistof bedrage voor een volwassene */a a 1 L., voor kinderen 100 a 200 gr., daar anders het vocht eenvoudig door den darmwand opgeslorpt wordt en niet afvoerend werkt; alleen van glycerine kan men volstaan met een veel geringere hoeveelheid, nl. 1 a 10 gr.

Men geeft deze lavementen dan ook met veel kleinere spuitjes (tig. 8) en hunne werking is wezenlijk doeltreffend en aangenaam. Maakt men de glycerine van te voren warm, dan is de werking nog zekerder.

Bjj het geven van elk lavement moet men na het verwijderen van de spuit onmiddelijk de billen tegen elkander drukken, in dien toestand enkele oogenblikken houden en den patiënt aanmanen de vloeistof een tijd lang in te houden, daar anders alles zonder gewerkt te hebben afvloeit.

Helpen deze middelen niet, dan moet men zich er van overtuigen of de faeces misschien geheel vooraan zitten, en er toe besluiten

Sluiten