Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger, toen men aan de vloeistoffen in het menschelijk lichaam nog eene grooter beteekenis toekende dan aan de vaste deelen. Zonder het groote gewicht van het bloed te ontkennen, zeggen we toch tegenwoordig dat elk onderdeel van ons lichaam zijn werkkring ten bate van het geheel heeft en zoo dient het bloed als voertuig voor het voedsel op den weg van de ingewanden naar de verschillende weefsels.

Die vloeistof zelf is niet rood, ze is flauw-geel gekleurd; de roode kleur, die wij er aan zien, ontleent zij aan een ontelbaar aantal kleine roode bolletjes, die den naam dragen van bloedlichaampjes. Behalve deze komen er, doch in veel geringer aantal, nog ongekleurde bloedlichaampjes in voor. Het vocht zonder de bloedlichaampjes heet bloedwei (lat. serum).

Overigens weten we dat bloed eene vloeistof is, die onder zekere omstandigheden stolt.

Indien iemand bleek ziet, noemt een leek dit dadelijk bloed- 36 armoede. Bloedarmoede beteekent echter gebrek aan bloed, dus aan al zijne bestanddeelen tegelijk, en iemand die dit heelt, zal zeker wel bleek zien; echter is het ook mogelijk dat hij alleen maar gebrek aan roode bloedlichaampjes heeft en aangezien deze de kleur aan het bloed geven, is het niet te verwonderen dat zoo iemand er ook bleek uit zal zien. In wetenschappelijken zin onderscheiden we dus bloedarmoede (anaemie) en bleekzucht (chlorose). Bleekzucht is eene zelfstandige ziekte, waarschijnlijk van de 01ganen waarin de bloedlichaampjes gemaakt worden, en men mag dus niet van bleekzucht spreken als iemand veel bloed verloren heeft door eene operatie, eene verwonding of eene bevalling, en evenmin wanneer de bleekheid een gevolg is van een slechten algemeenen toestand, bijv. bij tering, kanker, enz.

Het meest komt chlorose voor bij jonge meisjes, vooral bij blondines en in den groeitijd. Zij gaat gepaard met spoedige vermoeidheid, overvloedige of ook wel zeer spaarzame maandelijKsche stonden, witten vloed, zenuwpijnen. Men weet dat behalve goede voeding, frissche lucht en gezonde levenswijze, verschillende ijzerpreparaten (niet staal, zooals de leeken wel eens zeggen in net idee dat dit nog beter werkt, omdat staal sterker is dan ijzer.) ter genezing aangewend worden. Op twee zaken moet men bij het gebruik van ijzer letten: 1°. dat het den eetlust bederft, dien de patiënten juist zoo noodig hebben, en obstipatie veroorzaakt, en 2°. dat ijzer met looizuur inkt vormt. Men moet dus de pillen, druppels of wat voorgeschreven is, onder het eten laten gebruiken, zoodat het ijzer niet in eene ledige maag komt, en nooit in vloeistoften die looizuur bevatten, zooals thee, koffie, wijn, vruchtensappen, enz.

Bij bloedarmoede kan men slechts weinig nut doen met ijzer- 0( preparaten, daar het ijzer slechts een zeer ondergeschikt bestanddeel van de roode bloedlichaampjes uitmaakt. Hier moet dus door goede voeding de algemeene toestand verbeterd worden.

In gevallen van plotseling groot bloedverlies, zoogenoemd acute anaemie, hebben we andere middelen. Het meest voor de hand liggende en dat ook oen korten tijd nog al eens toegepast is, is

Sluiten