is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der ziekenverpleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men wachte zich echter voor overdrijving. Volgt er uit het bovenstaande wel dat het niet wenschelijk is om in eene plantenkas te slapen, daarom behoeft men nog niet angstvallig eiken bouquet tegen den avond uit eene ziekenkamer te verwijderen wanneer deze, wat overigens toch noodzakelijk is, goed geventileerd is. Veel meer kwaad, wat aangaat het bederven van de lucht doet ook maar eene enkele gaspit die men laat branden. Daardoor toch worden niet alleen vrij groote hoeveelheden zuurstof aan de atmosfeer onttrokken, maar daarenboven nog irrespirabele gassen, d. w. z. gassen niet geschikt voor de ademhaling, gevormd.

Bij gezonden, die kalm ademhalen, dus niet onmiddellijk na 60 inspannende lichaamsbewegingen, is de ademhaling regelmatig, weinig diep, terwijl het aantal ademhalingsbewegingen bij volwassenen 16 a 2(3 per minuut bedraagt, zoodat de verhouding tot het aantal polsslagen als 1: Sx/2 a 4 is.

Van belang is het dat de verpl. bij hare zieken lette op veranderingen in dit normale. Zoo is bij koorts de ademhaling sneller, in overeenstemming met de snellere pols. Is door een of andere reden de ademhaling bemoeielijkt (dyspnoe)*) dan tracht de patiënt op andere wijzen zooveel mogelijk lucht binnen te krijgen: de mond gaat telkens open, de neusvleugels worden opengezet om nog maar meer lucht in te laten en alle hulpspieren worden in werking gezet om toch maar de borstkas op te lichten. Soms bereikt de patiënt ook hiermede z\jn doel niet, het bloed wordt niet voldoende van zuurstof voorzien en van koolzuur ontlast en het gelaat doet de blauwpaarse kleur van het bloed doorschemeren, is cyanotisch.

Een bizondere vorm is het zoogenoemde Cheine-Stokes'sche ademphenomeen dat bij sommige nier- en hersenziekten voorkomt: de ademhalingen worden steeds langzamer en oppervlakkiger, houden een oogenblik geheel op, beginnen dan weer zeer oppervlakkig, worden langzamerhand tot een zekere mate weer dieper en sneller, om dan dezen kringloop weer van voren af aan te beginnen. Dit verschijnsel is een slecht teeken en het is dus van belang dat de verpl. het bij voorkomende gevallen in afwezigheid van den dokter opmerke en hem kunne mededeelen.

Bij bijna alle longziekten hoesten de patiënten. Hoesten is eene 61 krachtige krampachtige uitademing en het middel waarvan de natuur zich bedient om stoffen, die anders zoo gemakkelijk niet naar boven zouden komen, uit de longen te verwijderen. Meestal dan ook bevat de opgehoeste slijm eene menigte ziektekiemen, die in staat zijn om bij andere personen dezelfde ziekte op te wekken. Laat men dus toe dat dergelijke patiënten hunne fluimen (Lat. sputum, meerv. sputa) op den grond uitspuwen, dan verdroogt daar die slijm en de ziektekiemen verspreiden zich met ander stof door de lucht der kamer en anderen kunnen ze inademen. Vandaar de strenge regel om vooreerst te zorgen dat de sputa niet kunnen uitdrogen en ten tweede dat de daarin voorkomende ziektekiemen zoo spoedig mogelijk gedood worden. We doen dit door den

#) Spr. dispneu.