Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huid inspuiten van pilocarpine, of door uitwendige middelen. Onder de uitwendige middelen noem ik het geven van een langdurig warm bad (te beginnen met 37° en steeds heet water latende toestroomen tot eene temperatuur van 42° bereikt is *)) gevolgd door warme melk drinken en het inwikkelen in een wollen deken; nog sneller en zekerder werkt het aanwenden van heete lucht op verschillende wijzen, bijv. in den vorm van Iersch-Romeinsche baden, waarbij de patiënt achtereenvolgens in steeds hooger verwarmde vertrekjes komt. De inrichting hiervoor is zeer duur en bestaat slechts in enkele ziekeninrichtingen, maar eenvoudiger kan men hetzelfde doel bereiken door een spirituslamp met kopergaas omgeven onder de dekens te plaatsen, of met het toestel van Fulpius. Dit bestaat uit een langwerpig houten kistje (Fig. 41 en 42), dat men zonder deksel en met den open kant'op zijde in bed plaatst; door middel van eene dunne kachelpijp wordt door een spiritusvlam verwarmde lucht in het kistje en zoo onder de op een paar stokken rustende dekens geleid.' Binnen een kwartier zweet elke patiënt, die door geen der vorige middelen aan het transpireeren te krijgen was. Is het doel bereikt, dan dooft men de vlam uit en sluit tevens de klep in het kachelpypje om geen koude lucht toe te laten.

Ook stoom wordt voor het opwekken van zweetsecretie gebruikt, zoo in den vorm der Russische baden; al weer eenvoudiger kan men een kom water met een spiritusvlam er onder, onder den stoel van den patiënt plaatsen en dezen geheel omringen met een ondoordringbare stof, waarboven alleen het hoofd uitsteekt.

97 De blaas is een vliezige zak, gelegen in den onderbuik vlak achter den buikwand; in ledigen toestand geheel samengevouwen, in gevulden toestand bolrond gespannen. Dicht bij elkander liggen de uitmondingen van de beide ureteren en ook de opening van de afvoerbuis, pisbuis of urethra genaamd. De laatste opening kunnen we willekeurig door eene kringspier afsluiten.

Het bloed stroomt onafgebroken door de nier, de afscheiding van urine heeft dus ook voortdurend plaats; zij druppelt altijd door langs de ureteren in de blaas, totdat deze tot op eene zekere hoogte gevuld is, haar wand zich gaat spannen en we de behoefte gevoelen tot

98 § 2. Urineloozing. We laten dan de straks genoemde kringspier om de blaasopening van de urethra zich ontspannen en de spiervezelen, die in den blaaswand loopen, zich samentrekken, zoodat de urine er uitgeperst wordt.

De vrouw heeft eene aparte uitloozingsbuis voor de urine, bij den man maakt zij deel uit van de geslachtsorganen. Van deze deelen vooral is het wenschelijk dat de verpl. enkele Latijnsche namen kent en hoewel we in Hoofdstuk VIII nader op den bouw der geslachtsorganen (Lat. genitalia) terugkomen, moet ik

*) Men denke daarbij aan de mogelijkheid van collaps (zie 47), bedekke het hoofd met koude doeken of een ijszak en lette op de hartwerkzaamheid.

Sluiten