Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het eene orgaan meer dan dat van het andere terugwerkt op andere lichaamsdeelen en daarmede op den min of meer behagelijken toestand waarin we ons gevoelen. Het kan zijn dat dat opgeheven zijn der functie van een orgaan een gevolg is van het ophouden der werkzaamheid van ieder zijner cellen door ziekte, maar ook door het afsterven van een gedeelte dier cellen.

Willen we dus een goed inzicht hebben in het wezen van eene of andere ziekte, dan hebben we te letten op 1° de stoornis in de werkzaamheid der aangedane organen (het gebrek aan eetlust, de diarrhee, het ijlen, de snelle pols, de pijn, enz., al welke verschijnselen symptomen heeten) en den terugslag daarvan op den algemeenen toestand; 2° de veranderingen die de stoornis veroorzaakt hebben, en 3° de oorzaak dier veranderingen.

§ 2. Verdeeling der ziekten. Voordat men door middel der zoozeer ten onrechte veroordeelde vivisectie en aan lijken de ziekelijke veranderingen der organen bij elke ziekte bestudeerd had, kon men wel niet anders dan wat wij nu weten dat slechts symptomen zijn, voor de eigenlijke ziekte aanzien. Waterzucht, geelzucht, koorts, kraamvrouwenkoorts, verlamming, hartkloppingen, hoofdpijn, enz. heetten vroeger en nu nog in den mond der leeken afzonderlijke ziekten. Ik heb echter reeds meermalen gelegenheid gehad op te merken dat wij tegenwoordig weten dat dit allemaal slechts verschijnselen zijn van hart-, lever-, baarmoederziekte, enz.; het zijn de gevolgen die het geheele lichaam ondervindt van het ziekzijn van een enkel orgaan.

Er zijn echter ook, verwondingen nog niet eens medegerekend, veel locale ziekten waarbij de patiënten, zooals zij zeiven zeggen „gezond van harte" zijn: niet-beklemde breuken, goedaardige gezwellen, aangeboren of verkregen misvormingen, beenbreuken, enz.

Voorts worden de ziekten onderscheiden naar hunnen duur 170 in acute en chronische, d. w. z. kort- en langdurende ziekten. Het spreekt vanzelf dat hiertusschen ook al weer geen scherpe grens te trekken is: wat is een korte duur, wat een lange? Acute ziekten die wat lang duren, beginnen we na een zekeren tijd subacuut te noemen; genezen ze eindelijk nog niet, dan worden zij chronisch, en zoo zien we dat beide vormen langzaam in elkander kunnen overgaan. Voor die onderscheiding is de tijd echter niet alleen het kenmerk; er bestaat ook een verschil in den aard der ziekelijke veranderingen die in een orgaan plaats hebben bij acute en bij chronische ziekten, zoo zelfs dat tegenwoordig in het spraakgebruik hoofdzakelijk het laatste verschil in aanmerking genomen wordt en men dus bijvoorbeeld zeer goed spreken kan van eene acute ziekte die weken lang duurt en omgekeerd eene bepaalde ziekelijke afwijking reeds van begin af aan chronisch kan noemen.

Sluiten