Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(aanwending van hitte) en de mechanische worden in practijk gebracht naar gelang van de omstandigheden, die de aanwending van het eene middel boven het andere verkieselijk maken, en welke we in het vervolg zullen leeren kennen.

§ 8. Voorbehoeding tegen infectieziekten *). In de inleiding 187 van deze afdeeling heb ik reeds gezegd, dat er behalve de van buiten komende ziekteoorzaak, ook voor vele ziekten nog eene reden in den mensch zelf gelegen moet zijn voor het uitbreken er van. Deze voorbeschiktheid van sommige menschen tot bepaalde ziekten, is een gevolg van een slechten lichaamsbouw, van een verminderd weerstandsvermogen door onvoldoende of ondoelmatige voeding, van een reeds aanwezig zijnde chronisch ziekelijken toestand van sommige slijmvliezen, die ze tot opneming geschikt en voor bacteriën-ontwikkeling bevorderend maken.

Het tegenovergestelde bestaat echter ook, en deze eigenschap 188 heet immuniteit, onvatbaarheid. Er zijn menschen die zich te midden van de grootste besmetting kunnen begeven zonder ziek te worden, die zich op allerlei wijzen aan infectie ongestraft kunnen blootstellen: zij hebben eene aangeboren immuniteit voor ééne of meer ziekten. Men kan haar echter ook verkrijgen. Het is algemeen bekend dat men maar hoogst zelden voor de tweede keer mazelen krijgt; evenzoo is dit het geval met roodvonk, pokken, waterpokken, kinkhoest, typhus en cholera. Dat is dus eene immuniteit, ontstaan door het eens doormaken van de ziekte.

Eene kunstmatige immuniteit scheppen we ons tegen ééne 189 ziekte, de pokken, en wel door de vaccinatie "). Het komt hierop neer, dat men door het inenten van smetstof uit koepokken een zeer lichten vorm der ziekte teweegbrengt, die echter evengoed als de eigenlijke pokziekte den ingeënte voor het vervolg vrijwaart. Indien men zich om de 7 jaar ongeveer laat inenten, is men bijna absoluut tegen het gevaar van de ziekte gewaarborgd. Krijgt ook al heel zelden een ingeënte eens pokken, dan is de ziekte in allen gevalle zeer onbeteekenend, en eene verpl. kan zich dus met de grootste gerustheid en zonder zich wijs te maken dat ze zich erg opoffert, aan het verplegen van een lijder aan pokken wijden.

*) I)e verschillende hygiënische maatregelen die in het algemeen noodig zijn om eene epidemie te verhoeden, behoeven hier niet besproken te worden. De maatregelen die de verpl. voor eigen veiligheid te nemen heeft, bespreek ik tegelijkertijd met de ziekten zelf.

**) Van het inspuiten van het in Afd. 1 Hoofdst. III §3 (bij 55) behandelde antidiphtherisch serum wurdt ook beweerd dat het voorbehoudend tegen diphtherie zou werken.

Sluiten