Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gift verlaat het lichaam van den zieke slechts met de ontlasting, en volgens de laatste onderzoekingen ook met de urine, waaruit ten eerste volgt dat de ziekte niet besmettelijk is, dat men geen gevaar te dachten heeft van aanraking met een typhuspatiënt, en ten tweede dat het beletten van de verspreiding der ziektekiemen moet bestaan in het desinfecteeren van de excrementen. Gebeurt dit niet, worden faeces en urine van een typhuspatiënt op de gewone wijze in privaten geworpen, dan infecteeren zij den bodem, hierdoor het grondwater en maken dan alle personen ziek, die dit water gebruiken. Het gebeurt echter ook wel dat waschvrouwen typhus krijgen na het wasschen van besmette kleederen; behalve de eigenlijke verpleging van den patiënt behoort dus de zorg van de deskundige verpl. te bestaan 1°. in het desinfecteeren van faeces en urine, en 2°. in het onschadelijk maken van alle lijf- en beddegoed dat met den patiënt in aanraking is geweest.

214 Tot het eerste doel is niet voldoende het in de cholera-epidemie van 1867 zoo vaak aangewende en daardoor in den geest van zoovele leeken levende ijzervitriool; tegenwoordig wordt het meest gebruikt ruwe carbol en creoline, het laatste is het beste. Waarmede men echter ook desinfecteert altijd moet men bedenken dat een liter 5% carbol gevoegd bij een liter faeces, geen 5% meer blijft maar 2Vs°/o wordt; het trachten desinfecteeren van een geheel privaat door er een scheut carbol of creoline in te werpen, is dan ook vrij nutteloos. Geïnfecteerde faeces moeten altijd in de kamerpot zelf met eene voldoende hoeveelheid van het antisepticum vermengd worden en daarna niet onmiddellijk weggeworpen worden.

In groote ziekeninrichtingen moet lijf- en beddegoed altijd onmiddellijk naar den desinfectieoven gebracht worden, bij de verpleging van particuliere patiënten wikkele men het alles in een daarvoor bestemden zak of laken, dien men van buiten met sublimaatoplossing besprenkelt en daarna ook ter ontsmetting geeft aan de daarvoor bestemde inrichtingen, alvorens de waschinrichtingen aan gevaar bloot te stellen.

215 De typhus is eene uitermate verzwakkende ziekte en de verpl. heeft dus voornamelijk het oog te houden op de gevolgen daarvan. Vooreerst vermageren typhuspatiënten zeer snel, het beschuttende vetkussen boven de plaatsen die bij het liggen gedrukt worden, verdwijnt en de bloedcirculatie wordt aldaar zeer bemoeielijkt, te meer daar het hart ook met veel minder energie werkt; de huid gaat dood en er vormt zich een ulcus. Dit is wat men noemt doorliggen (decubitus). Verder gaan deze zieken vaak ijlen (delireeren) en moet er dus gezorgd worden dat zij indien toestand van halve bewusteloosheid en tevens opgewondenheid geen letsel kunnen bekomen, en zich blijven voeden.

Sluiten