Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recidief op in weefsel dat niet verwijderd kan worden, dan staat er niet anders op dan de verschillende verdoovingsmiddelen aan te wenden tegen de hevige pijnen. Tegenover het subjectief welzijn van tuberculoselijders staat het treurige lijden van kankerzieken; ook zij gaan langzamerhand achteruit, maar onder voortdurend hevige pijnen, waartegen eiken dag de aangewende hoeveelheid morphine vermeerderd moet worden. Ten slotte gaat de tumor verzweren en scheidt dan een stinkend, walgingwekkend vocht af, dat den patiënt zeiven tot last is, maar ook eene groote zelfopoffering en zelfbedwang van de verpl. eischt om in zijne omgeving te blijven en hare zorgen aan hem te blijven wijden.

Kanker is eene veel te ernstige ziekte, dan dat het niet wenschelijk zoude zijn om leeken er meer mede bekend te maken. Aan den eenen kant komen de patienten dikwijls veel te laat naar den dokter in het idee „het zal wel niets zijn", „het is eene kou", en dergelijke onzin meer, en aan de andere zijde meenen velen dat er bijv. in eene vrouweborst geen andere ziekte voorkomen kan dan kanker. Jonge meisjes (kanker komt bijna uitsluitend op gevorderden leeftijd voor) die een tuberculeus absces der mamma, een flbroom of gumma hebben, komen niet tranen in de oogen vragen „of het geen kanker zou zijn". En van dergelijke gevallen maken dan zgn. specialiteiten als Windelinkx 226 gebruik om later te zeggen dat ze kanker genezen kunnen. Laten de verpleegsters er toe meewerken (ze zijn zoo vaak in de gelegenheid, omdat het meermalen vrouwen geldt die uit preutschheid of uit vrees voor een operatie een medisch onderzoek schuwen), om de patienten over te halen toch bijtijds een medicus te laten beoordeelen of het kanker of misschien maar iets onbeteekenends is.

Met het oog op de verpleging van kankerlijders volgt uit het gesprokene dat haar zorg moet bestaan vooreerst uit het zoo lang en zoo goed mogelijk onderhouden van de voeding; komen eindelijk de slotverschijnselen van alle uitputtende ziekten (doorliggen, hulpeloosheid, verslikken, incontinentie van ontlasting en urine, enz.) dan moet hiertegen beproefd en gedaan worden wat in de volgende Afdeeling besproken wordt. Daarenboven moeten de geülcereerde plaatsen behandeld worden, naar gelang van de organen die aangedaan zijn; huidcarcinomen, kanker van het aangezicht, van de borsten, van de uitwendige genitaliën vereischen een verband zoodra ze „open gaan". Zonder twijfel moet dit wel antiseptisch zijn en liefst bestaan uit stoffen die vooreerst in staat zijn veel vocht op te zuigen (houtwolkussentjes, veel watten, hydrophiel gaas) en ten tweede tegelijkertijd stank weg te nemen. In dit laatste opzicht is het gewenscht het verbandgaas te drenken met slappe carbol, met creoline, met chloor-

Sluiten