is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der ziekenverpleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II O O P D S T U K II.

DE WERKPLAATS EN DE WERKKRING EENER VERPLEEGSTER.

§ 1. De ziekenzaal. Bij de bespreking hiervan zijn twee zaken te onderscheiden: de particuliere ziekenverpleging'en de verpleging in een ziekenhuis; in het eerste geval heeft men te doen met eene kamer tot een ander doel bestemd, in het tweede met eene zaal bepaaldelijk met het oog op de verpleging gebouwd; in het eerste geval met één zieke, in het tweede in den regel met 6, 10, 12, soms 30 patienten.

In de meeste boeken worden verschillende eischen medegedeeld waaraan een ziekenkamer moet voldoen; ik zal dit niet navolgen om de eenvoudige reden dat zelfs de dokter, laat staan eene veipleegster, er niets over te zeggen heeft. Iedereen, van den Hoogste tot den laagste ligt ziek in de kamer en op het bed waarin hij in zijne gezonde dagen zijne nachtrust geniet. Is een patiënt reeds lang ziek en ziet het er naar uit dat het ook nog lang zal duren, dan zullen misschien de huisgenooten van een enkele bevoorrechte naar eene aparte ziekenkamer omzien en uit de disponible vertrekken den dokter eene keus laten doen; doen dat eene verpleegster ooit in de omstandigheden zou komen om een geleerde uit zijn studeervertrek, eene jonge dame uit haai boudoir te jagen ter wille van een zieke, omdat het juist de eenige kamer is op den zuid-oosthoek van het huis, zooals qbq 21,1 w" boekJes geleerd heeft, is zeer te betwijfelen.

Wel tot de competentie van de verpl. behoort het zorgen voor goede temperatuur, voor reinheid, voor frissche lucht.

Dat het voor eene goede ventilatie noodig is om de ramen van boven te openen, is goed om aan een architect mede te deelen, eene verpleegster opene de ramen op de wijze waarvoor zy ingericht zijn. Of tocht schadelijk is, al weten de leeken het nog zoo stellig te verzekeren, voor deskundigen is het nog steeds eene vraag; zeker is het onaangenaam en daarom te vermijden. Hoe dit geschieden moet hangt af van den bouw van het huis: van de plaats van ramen en deuren ten opzichte van elkander en van het bed. De verpl. zij slechts steeds indachtig aan de noodzakelijkheid van frissche lucht en bedenke dat het zeer goed mogelijk is dat het benauwd in de kamer is zonder dat het haai opvalt, omdat zij zelve lang achtereen in de kamer was en de lucht, ook door hare aanwezigheid, langzamerhand bedorven is. 's Zomers late men de ramen voortdurend open, ag un nacht. Des nachts is de lucht niet anders samengesteld