Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermijden, en met wat overleg en geduld is dit zeer wel mogelijk.

Een patiënt die bewusteloos is of zich om eene of andere reden niet oprichten mag, ontdoet men van zijne kleederen öf door hem op zijde te rollen öf door hem de armen boven het hoofd te laten uitsteken en dan alle kleedingstukken tegelijk onder hem uit te trekken.

290 Doorliggen. Zwaar zieken, ouden, in het algemeen zwakke menschen die lang te bed liggen, dreigt van twee kanten gevaar, behalve misschien nog van den kant van de ziekte zelf dien hen te bed houdt: decubitus en hypostatische pneumonie. We herinneren ons dat het vetweefsel als eene tegen koude en druk beschuttende laag onmiddelijk onder de huid ligt en wel het dikst op die plaatsen die het meest aan druk blootgesteld zijn, zooals de plaatsen waar we op loopen en die waar we op zitten. Bij uitterende ziekten verdwijnt echter van alle weefsels het vetweefsel het eerst en komt dus langzamerhand de bilhuid onmiddellijk over het heiligbeen te liggen, welke dan tusschen dit been en de matras voortdurend gedrukt wordt. Niet te verwonderen is het dat de bloedcirculatie daardoor zeer gehinderd wordt, vooral daar bij dergelijke patienten het hart ook al met veel minder kracht werkt, en dat ten slotte de huid daar dood gaat. Dit noemt men doorliggen, in het Latijn decubitus*).

't Spreekt van zelf dat het de taak der verpleging is dit te voorkomen en als het er is, te genezen. Welke regels gelden daarvoor? Vooreerst moet men goed waken tegen plooien in het laken, broodkruimels, enz., en verder den langdurigen druk voorkomen, door den patiënt van tijd tot tijd te verleggen, dan eens op den rug, dan eens op de eene zijde, dan weder op de andere. Al te lang op eene zijde liggen mag ook niet, daar er dan decubitus van de huid komt boven een beenig uitsteeksel van het bovenbeen (den trochanter). Ook door luchtkussens in den vorm van een ring kan men de bedreigde plaatsen van druk ontheffen. Verder de circulatie in de bedreigde huidplekken trachten te verbeteren door massage en prikkelende wasschingen (wrijven met brandewijn, kamferspiritus, een citroenschijfje, enz.); of door ze met een laagje collodion te bedekken. Geen zalf'. Deze maakt de huid week, en het is dus eene groote fout om zoogenaamde doorligzalf op de huid te smeren als er nog geen decubitus is. Heeft men het optreden er van niet kunnen verhoeden, is er een ulcus ontstaan, dan moet men dit door eene doelmatig samengestelde zalf trachten te genezen en vrage hier voor een recept aan den dokter.

Ligt men op een gewoon bed, dan rust men altijd op enkele üitstekende punten van het lichaam, die daardoor meer gevaar

*) Klemtoon op de eerste u.

Sluiten