Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten worden. Die lap dient om daarmede de weeke deelen terug te houden (fig. 124a en b).

12°. een boogzaag of een steekzaagje naar gelang van den omvang van het te amputeeren of reseceeren deel. 13°. een beontang, om het been vast te houden, 14". een beenschaar om splinters, die door do zaag achtergelaten zijn, af te knippen.

Fig. 123 Kaepatorium.

Fig. 184. Gespleten compressen (retraetors). Fig. 125.

. voor bovenbeen of-arm b. voor onderbeen of-arm. Luer sche haak.

Tracheotomie

353

t ife'. 1-6. IHlatalor.

nrs 1° — 0n.

9°. een stel stompe haken van Luek

(fig. 125).

10°. een scherp haakje.

11°. een dilatator (verwijder) (fig. 126).

12°. een knievormig geknikt pincet 0111 met kleine watjes de geopende trachea uit te vegen, membraantjes weg te nemen, enz.

13°. een geknopt mes om zoo noodig de wond te verwijden.

14°. de canule.

Herniotomie, breuksnede, nrs. lft—9n.

9°. een herniotoom (fig. 11 ltï),

10°. darmhechtings-naaldjes.

Trepanatie, het maken vaneeneopening in den schedel, nrs. l"-9°.

9°. eene trepaan (fig. 127) of eene trephine (fig. 128), of zooals tegenwoordig meer gebruikelijk is, hamer en beitel.

10n. een raspatorium.

Exstirpatie van den uterus. Somswordt354 de uterus weggenomen (geëxstirpeerd) door

Sluiten