Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(zie Holwerda blz. 25), dat oorspronkelijk gebaseerd was op den vorm der steenen werktuigen.

Dat zekere typische vormen voor bepaalde perioden der vroegste beschavingsgeschiedenis als kenschetsend worden aangenomen en terecht mogen worden aangenomen — zooals de onderzoekingen naar de ligplaatsen dei oudste menschelijke nalatenschappen in den bodem op tal van plaatsen in Europa hebben geleerd — sluit nog volstrekt niet uit, dat zulke vormen hier en daar nog langen tijd in gebruik zijn geweest. Dit verschijnsel — het voortduren van een zekere cultuur in sommige streken, terwijl deze elders reeds had plaats gemaakt voor een hooger ontwikkelden beschavingstoestand — mag ons evenmin nopen om het systeem te verwerpen, dat men oorspronkelijk gegrond heeft op den vorm en het materiaal der wapens en werktuigen, als men in de geologie er aan denkt, de eenmaal aangenomen indeeling in formaties naar de in die formaties voorkomende overblijfselen van planten en dieren te verlaten, omdat het later blijkt, dat in streken buiten het gebied, waar men de formaties in haar typisch karakter heeft leeren onderscheiden, sommige dierof plantenvormen uit oudere formaties in jongeren overgaan, dus nog een tijd lang zijn blijven voortleven. Een zoodanig verschijnsel is voor de menschelijke voortbrengselen evenzeer, of haast nog eerder te verwachten, rondtrekkend als het leven dier oudste bewoners van Europa is geweest, en vinden wij in Reinhardts boek dan ook herhaaldelijk vermeld.

Dat de nederlandsche bodem — die aan de oppervlakte, met uitzondering van enkele randgebieden, uit alluviale vormingen en uit de jongste afdeelingen van het diluviale tijdvak (afzettingen van den vóórlaatsten ijstijd en gronden, die gevormd werden in een tijd, toen het gletscherdek van den laatsten ijstijd tot niet ver van onze oostelijke grenzen was doorgedrongen) is opgebouwd en waar geen grotten en andere geschikte toevluchtsoorden den primitieven mensch tot verblijf aanlokten — allerminst geschikt is, om door een enkele waarneming de opvattingen aangaande de evolutie van de oudste menschheid en van hare

Sluiten