Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Evenals onze kennis van den levenden mensch door een nauwkeurige studie van het doode lichaam verkregen is, zoo moeten wij de wetenschap van den vóórhistorischen mensch trachten op te bouwen uit zijne beenderen, uit werktuigen en andere voortbrengselen zijner werkzaamheid, die in den bodem zijn achtergebleven. Het onderzoek naar den praehistorischen mensch geschiedt dus voornamelijk door middel van de spade, en vooral in de laatste tientallen van jaren is hand aan hand met de groote vorderingen der aardkundige wetenschap een zóó rijk materiaal voor die belangwekkende studie aan het licht gekomen, dat de grond gelegd kon worden voor eene geschiedenis van de oudste menschen en hunne primitieve industriën.

Vooral ten opzichte van het oudste tijdperk der voorgeschiedenis van den mensch, de zuivere steenperiode, is de wetenschap in de laatste jaren met zóóvele feiten verrijkt geworden, dat de alleenstaande waarnemingen zich meer en meer tot een aaneengeschakeld geheel samenvoegen en de geschiedenis van het menschdom steeds verder in die der aarde terugreikt.

In de volgende bladzijden zal de lezer zich kunnen verdiepen in het oudste tijdperk der menschheid, waarin de nijverheid begon te ontwaken en waarin de mensch naast werktuigen en wapens uit hout en ander vergankelijk materiaal vervaardigd, slechts zulke uit steen wist te vervaardigen.

De duur van dezen steentijd moet op eenige honderdduizenden jaren langer geschat worden, dan het volgende metalen tijdperk duizenden jaren heeft geteld — het tijdperk, waarin de primitieve steenen werktuigen door betere voorwerpen van metaal werden vervangen. En reeds dit betrekkelijk korte metalen tijdperk valt voor een deel

Sluiten