Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het secundaire tijdperk, die vooraf waren gegaan, zeer kort moet geweest zijn, noemt men het tertiaire t ij d p e r k.

Deze tertiairtijd, die toch nog op verscheidene honderdduizenden, ja misschien wel eenige millioenen jaren moet geschat worden en waaraan de lange krijtperiode en de nog veel langere juraperiode waren voorafgegaan, deelt de wetenschap in vier chronologisch op elkander volgende onderafdeelingen :

i° het eoceen, d. i. de dageraad van het nieuwe. 2° het oligoceen, d. i. het weinig nieuwe. 3° het mioceen, d. i. het middelste nieuwe. 4° het plioceen, d. i. het nog meer nieuwe.

Aan deze laatste afdeeling sluit zich als de vierde of jongste hoofdperiode der geschiedenis van het leven op onze planeet het kwartaire of quaternaire tijdvak aan, ook wel genoemd het tijdperk van den mensch en waartoe de hedendaagsche tijd of de alluviale periode behoort en de aan deze voorafgaande pleistocene (pleistoceen = het meest nieuwe) periode. Deze laatste, voor de geschiedenis der menschheid zoo belangrijke periode, waarmede wij ons dus in de volgende bladzijden in hoofdzaak zullen moeten bezighouden, wordt ook wel het diluvium (afgeleid van vloed) genoemd, naar het verouderde bijbelsche begrip van een algemeenen zondvloed, dat een twintigtal jaren geleden nog als een onomstootelijk dogma het brein der geleerden beheerschte en daardoor een wetenschappelijke studie van het jongste verleden onzer aarde, wegens de vele vooroordeelen, die te overwinnen waren, in hooge mate bemoeilijkt heeft. x)

Aan de hand dezer geologische namen, wier beteekenis eerst verklaard diende te worden, zal het den lezer nu niet moeilijk vallen, zich aangaande de ontwikkeling van het leven gedurende den tertiairtijd een algemeen beeld te vormen.

1) Ook de onverschilligheid, die zoo lang een studie der schijnbaar zoo weinig belangwekkende zand-, grind- en leemafzettingen der diluviale periode in den weg stond, was oorzaak, dat de oude denkbeelden zoo lang gehandhaafd konden blijven. (Noot v. d. Bew.)

Sluiten