Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij niet, zooals vele geleerden gelooven, zelf tot die reeks heeft behoord. x)

Reeds aan het einde van het oligoceen of in het begin van het mioceen moeten de voorvaderen van den gibbon zich volgens de uitgebreide onderzoekingen van de hoogleeraren Keith en Macnamara van den gemeenschappelijken Hominidenstam hebben afgescheiden. In het oudste mioceen leefde volgens laatstgenoemde schrijvers een zeer grootc menschaap, welks naaste verwanten de Oryopithecus en de Orang oetan vertegenwoordigen.

In het middelste mioceen was de Hominidenstam, zooals deze schrijvers zich uitdrukken, in het praetroglodytenstadium. Van de tegenwoordig levende menschapen heeft waarschijnlijk de chimpansé meer karaktertrekken van dit stadium bewaard dan de mensch en de gorilla. In dit stadium scheidde de menschelijke stam zich van dien van den gorilla en den chimpansé af en volgens dezelfde onderzoekers moet deze afscheiding in het jongste mioceen hebben plaats gehad, en gepaard zijn gegaan aan een steeds beter zich voegen naar den opgerichten, plantigraden — d. i. op de voetzooien loopenden — gan&- Het oudste plioceen was gekenmerkt door een bizondere ontwikkeling der hersenen, waardoor in het jongere plioceen een schedelinhoud van ongeveer 900 cM3 bereikt werd, welk stadium door de Pithecanthropus erectus vertegenwoordigd wordt. Het pleistocene of diluviale stadium heeft reeds een schedelinhoud van 1200 cM3 bereikt, en moet het uit elkander loopen der verschillende rassen hebben ingeleid.

Wij kunnen ons de miocene spraaklooze voorvaderen van den mensch zeer goed voorstellen, zooals zij in de tropische wouden van den mioceentijd rondzwierven, en zich met stukken hout en ruwe steenen zeer primitieve werktuigen verschaften, welke tot het openmaken van moeielijk stuk te bijten noten moesten dienen, en tot het uitgraven van wortelen en andere eetbare onderaardsche plan-

1) Eene expeditie onder leiding van de echtgenoote van wijlen rrof. Selevka, en bijgestaan door I)r.- Max AJaszkowski, zoöloog, en Dr. Eibert, geoloog, bevindt

zich thans op Java om in de Solovalei de onderzoekingen van Dubois voort te

zetten en te trachten meerdere overblijfselen van dit merkwaardig fossiel op te sporen. (Noot v. d. Bew.)

2*

Sluiten