Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonden. Wij weten niet of zij naar lichaam reeds meer den hedendaagschen mensch dan wel meer zijn dierlijke voorvaderen geleken, of zij reeds een gearticuleerde spraak hadden x), of zij het vuur kenden x), of zij kleeding of woning bezaten i), of zij vleesch aten dan wel ander voedsel aebruikten. Vele vragen zweven ons op de lippen, doch het ^antwoord vernemen wij niet. Alles wat ons deze geheimzinnige wezens hebben achtergelaten, zijn hunne stee-

nen werktuigen." .

Zoo zien wij dus in een tijn, cue geoiogiscn op zijn minst meer dan een millioen jaren achter ons lipt reeds hier en daar wezens in kleine troepen midden-Europa bewonen, die om den strijd om het bestaan gemakkelijk te maken, op zeer primitieve wijze werktuigen en wapens vervaardigden, deels uit hout, deels uit vuursteen, dat het meest voor dit doel geschikte materiaal was. Deze wezens waren geen apen meer en ook nog geen ware mensch en, doch moeten zonder twijfel tot een tusschenvorm hebben behoord; het waren miocene aapmensclien, die ons in deze merkwaardige vuur steenwerktuigen duidelijke bewijzen van hun vroeger bestaan

hebben achtergelaten. .. .

Eerst veel later, 11a het einde van den eersten ijstijd is uit deze wezens, zooals in het derde hoofdstuk uitvoerig zal worden uiteengezet, de eigenlijke, hoewel toch nog aan apen verwante mensch voortgesproten, met wiens lichamelijke overblijfselen wij dan zullen kennis maken.

Geheel gelijksoortige ruwe steenen werktuigen, zooals wii die uit" Burma, Portugal en de genoemde plaatsen 111 Midden-Frankrijk leerden kennen, had men echter reeds vroeger op verschillende punten van de uit krijdagen opgebouwde hoogvlakte van Kent, Sussex, in het zuiden van Engeland gevonden, later ook te St. Prex bij hartres in het dal van de Eure, ten Z.W. van Parijs, waar zij reeds in het jaar 1867 door Bourgeois waren gevon-

0p al deze vragen moet ongetwijfeld een ontkennend antwoord gegeven worden.

Sluiten