is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat is er nu in dien grijzen voortijd uit den miocenen voorzaat van den mensch geworden? Welke sporen van zijn bestaan heeft hij ons uit die jongere periode van het tertiaire tijdvak achtergelaten.

Aangaande deze vraag hebben de vlijtige onderzoekingen van den laatsten tijd ons reeds eenigerniate ingelicht. Het eerst heeft Laville in het bovenste plioceen van het dal der Eure, dat in Noord-Frankrijk in het benedenste gedeelte van het Seine-dal uitmondt, nl. in een gesteentelaag, die beenderen bevat van den Elephas meridionaiis, den reusachtigen olifant, dien we reeds in het mioceen leerden kennen, talrijke primitieve steenen werktuigen verzameld, die tot hakken, tot aambeeld, tot schaven en krabben hebben gediend, en die van duidelijke retouchen voorzien waren. Uit denzelfden tijd dagteekenen de zeer primitieve vuursteenbrokken, die Lewis-Abbot in de Cromer Forest beds aan de Zuidkust van Engeland vond, een belangwekkende reeks van deels zee-, deels brakwaterafzettingen met tusschenvoeging van lagen, die op de nabijheid eener voormalige landoppervlakte wijzen. Een rijke en merkwaardige zoogdierwereld, die nog wel herinnerde aan die der voorafgaande periode, doch ook reeds den naderenden ijstijd aankondigde, bewoonde deze landen. Dat daar ook een menschelijk of op een mensch gelijkend wezen verblijf hield, bewijzen genoemde primitieve vuursteenen werktuigen, van welke er een zelfs in een der beenderen van den zuidelijken olitant (Elephas meridionalis) stak.

Ook elders zijn uit den overgangstijd van de pliocene °f jongtertiaire periode tot den ijs- of diluviaaltijd vuursteenstukken bekend geworden, die ongetwijfeld tot vverktuigen hebben gediend. De reeds genoemde belgische geoloog A. Rutot vond bij Reutel in het Lijsdal in \ laanderen uitgestrekte lagen van zulke silexstukken en maakte er het eerst in 1900 gewag van. Hier en op talrijke andere plaatsen, o. a. bij Mons, vond hij in bepaalde zandlagen eigenaardige door behakken vervormde vuursteenen, die voor verschillende doeleinden moeten gediend hebben. Voor een bepaalde reeks van lagen in Vlaanderen zijn deze primitief behakte vuursteenen zelfs karakteristiek, ja