Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de gansche dierenwereld van het noordelijk halfrond aanbrekenden grooten tijd der nood, den verschrikkelijken ijstijd, die ook voor Europa een geheele ommekeer in den uitgebreidsten zin ten gevolge had. Deze ijstijd, waarmede wij ons nu uitvoerig zullen hebben bezig te houden, heeft door den langen duur en door de zich meermalen herhalende verschrikkingen, de aapmenschen van den tertiairtijd in den mensch, zooals hij zich heden voordoet, veranderd. Aan dit tijdperk heeft de mensch het grootste te danken, hoeveel kommer en ellende zijne voorvaderen in talrijke deelen der aarde, vooral op het noordelijk halfrond, toenmaals ook hebben moeten trotseeren ; want slechts de nood heeft hem, wilde hij niet ondergaan, voortdurend weder aangespoord, zijn verstand te scherpen, de eene vordering na de andere te maken en zich meer en meer boven het dier te verheffen. Zoo is het van oudsher in de gansche schepping geweest: het zijn niet gemakkelijke levensomstandigheden, doch moeielijke tijden van nood en drang, die voortdurend het opkomend menschelijk vernuft hebben verscherpt.

3 *

Sluiten