Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schotter) genoemd; bij Rheinfelden is deze bank, die niet minder dik is dan de oudste, uit groote rolsteenen samengesteld, die tot een diepte van 8—9 M. geheel verweerd zijn. Nog dieper is de verweering minder volledig, zoodat behalve de kwartsieten ook andere steensoorten te herkennen zijn.

De derde ijstijd noemt Penck, naar de puinterrassen, die aan de Risz zeer schoon ontwikkeld zijn, de Risz vergiet schering. De grindlagen duidt hij aan als hoogter raspuin (Hochterrassenschotter). In de dalen, die de eertijds vergletscherde streken omgaven en die als afvoerkanalen van de smeltwateren dienden, rijk beladen met uit het ijs losgekomen steenfragmenten, is het hoogterras bijna overal nog zichtbaar en wel als een, doorgaans met soms 20 M. dikke loess- en leemlagen bedekte, puinmassa, die niettegenstaande het beschuttende leemdek tot op een diepte van 2 M. verweerd is.

De vierde ijstijd eindelijk noemt Penck naar de puinbank, die hij vooral in het dal van de Würm bestudeerde en die hier zeer schoon ontwikkeld is, de Würmvergletschering. De grindafzetting, die deze kenschetst, noemt hij laag-terraspuin (Niederterrassenschotter), dat, 20 M. beneden het laagste niveau van het hoogterras, den eigenlijken dalbodem van de talrijke afvoergleuven vormt, waardoor de smeltwateren van het toenmaals vergletscherde gebied een uitweg zochten. Op dit laagterras zijn bijna alle nederzettingen in de vlakte, alle kleine en groote steden langs de rivieroevers aangelegd. Bij Bazel, dat, evenals alle steden aan den Rijn, op dit terras gebouwd is, bedraagt de dikte der puinlaag tot op den tertiairen ondergrond bijna 32 M. De rolsteenen, soms zoo groot als een vuist, zijn als dakpannen over elkander geschoven en slechts in de onderste lagen soms door een kalkcement samengepakt en verhard. Alleen de bovenste laag is tot op een diepte van ongeveer 30 tot 40 c.M. verweerd, hetgeen aan de roodbruine kleur, door oxydatie der ijzerverbindingen in het leven geroepen, te herkennen is; overigens zijn de steenen, als bewijs voor een geringeren ouderdom, nog uitstekend bewaard gebleven, waardoor zij

Sluiten