is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot belegging der grindwegen worden uitgegraven. Stroomopwaarts0 kan dit laag-terras tot daar waar de eindmoraines van den laatsten ijstijd liggen, vervolgd worden.

Om verwarringen te voorkomen, zullen wij in onze \ olo-ende beschouwingen de door het middenterras vertegenwoordigde vijfde vergletschering, die in de noordelijke deelen van Zwitserland en in Engeland sporen schijnt achtergelaten te hebben, doch nog onvoldoende nagegaan is, niet medetellen en zullen wij de namen, waardoor Pcnck de opeenvolgende ijstijden heeft onderscheiden, door de meer begrijpelijke woorden eerste, tweede, derde en vierde ijstijd vervangen.

Terwijl men nu door een nauwkeurige studie van het gletschergebied der Alpen en van Engeland, waar wij de eenmaal ^geheerscht hebbende toestanden beter kunnen overzien, vier tot vijf verschillende vergletscheringen heeft kunnen aantoonen, is het voor de groote Skandinavische o-letschers, algemeen onder den naam Xoord-Euiopeesch landijs bekend, slechts mogelijk geweest, de sporen van drie vergletscheringen terug te vinden. In laatstgenoemd gebied lieeft het onderzoek met zeer groote moeielijkheden Te kampen, en zijn de opeenvolgende toestanden veel minder duidelijk in den bodem neergelegd, dan in het bovendien beter onderzochte Alpengebied en in Engeland. Daar hier meerdere puinbanken, zg. grondmoraines — aan wier ontstaan onder een gletscherdek niet te twijfelen valt _ met zand- en grindlagen afwisselen, die zoetwaterschelpen, zoogdierbeenderen en overblijfselen van landplanten bevatten, moet ook het groote Noord-Europeesche landijs aanzienlijke schommelingen hebben gemaakt, die door het meerendeel der aardkundigen, welke zich met de studie der diluviale gronden bezig houden, als van zeei langen duur, als afzonderlijke vergletscheringen van NoordEuropa beschouwd worden, die afgewisseld hebben met perioden, waarin de ijsmassa's tot afsmelting kwamen en langzaam weder terugweken. #

De veranderingen, die het Skandinavische landijs in de eertijds er "mede overdekte landstreken te voorschijn heeft geroepen, komen in hoofdzaak overeen met