Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindigende lichaam droeg een kort staartje en was overal met een wolligen pels van donkerbruine tot bijna zwarte haren bedekt,' die vanaf de wangen over de geheele buikzijde als 50 c.M. tot 1 M. lange manen naar beneden hingen. Onder de langere, stijve, op borstels gelijkende haren, die op den rug en aan de pooten ongeveer 25 c.M. lang waren, had hij een dichten warmen pels van 2.5—6 c.M. lichter gekleurde wolharen, die een huid overdekte, welke 3 c.M. "dik was, dus tweemaal de dikte van die der tegenwoordige olifanten had. Bovendien werd het dier nog tegen de koude beschermd door een dikke vetlaag in het onderhuidsche bindweefsel. De kaken droegen na elkander te voorschijn komende, geplooide kiezen, die echter smallere alazuurplooien hadden dan die der tegenwoordig levende olifanten en dat wel in verband met het minder harde voedsel, dat, zooals wij tegenwoordig met zekerheid weten, in den zomer bijna uitsluitend uit grassen, in den winter daarentegen uit den bast en de takken van naaldboomen (hoofdzakelijk lorken), berken, elzen en wilgen bestond.

Deze mammoet, waarmede wij ons in de volgende bladzijden nog herhaaldelijk zullen hebben bezig te houden, leefde in grootere en kleinere troepen, als een zeer goedmoedig dter, dat in den lateren ijstijd, wegens zijn voortreffelijk vleesch, hardnekkig door den mensch vervolgd werd. Bij zijne zeer langzame vermeerdering kon het niet uitblijven, dat hij in het meer bewoonde westelijk deel van Europa en later ook in Midden-Europa geheel

uitgeroeid werd.

In Rusland werd hij nog langen tijd gejaagd, toen men in het overige Europa niets meer van hem wist en hij zich met het vleesch van het rendier en andere noordelijke dieren moest tevreden stellen. Toen hij door de voortdurende vervolging van den op vleesch belusten mensch eindelijk ook hier verdween, vond hij een laatste toevluchtsoord in de noordelijkste deelen van Siberië, waar hij nog aan het einde van den ijstijd in groote troepen leefde, tot hij geheel ten onder ging en uitstierf.

De ijsbodem van noordelijk Siberië en der toen nog met het vasteland verbonden eilanden -van Nieuw-

Sluiten