Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doende jammerlijk zijn omgekomen. De laatste, nog met huid en haar, ja zelfs met alle weeke deelen gevonden, mammoet was een nog op verre na niet volwassen, nauwelijks 25 jaar oud, mannelijk individu, dat aan een steile helling langs ae Berésowka, een riviertje van de in de Noordelijke IJszee mondende Kolyma, met den kop uit het ijs stak, waarin het verongelukt was. Hier werd het ontdekt door een Lamoet, die den eenigen nog voorhanden stoottand medenam, doch van wien deze later teruggekocht kon worden.

Toen het bericht van deze ontdekking de Petersburgsche Academie van Wetenschappen bereikte, werd onmiddellijk in 1901 eene expeditie uitgezonden, onder leiding van Dr. Otto Hcrz, om de waardevolle vondst in veiligheid te brengen. Na hare terugkomst werd het dier, waarvan de huid alleen meer dan 400 K.G. woog, in Ruslands hoofdstad opgezet. Naast het opgezette exemplaar kwam het geraamte te staan, waarvoor, behalve de ontbrekende slagtand, alleen de eerste halswervel en eenige ribben behoefden bijgemaakt te worden. Ook van de inwendige organen werden talrijke preparaten vervaardigd.

Bij "zijn val in de diepte, waardoor het dier verscheidene beenderen brak en zware inwendige kneuzingen opliep — borst- en buikholte waren, toen men het uitgroef, met een groote massa geronnen bloed opgevuld — werd het door zóóveel mede naar beneden stortende aarde bedekt, dat de verstikkingsdood onmiddellijk volgde, want het kon zelfs het nog in den bek aanwezige voedsel niet meer inslikken. Uit hetgeen daarvan nog op de tong, tusschen de kiezen en in de maag gevonden werd, kon worden afgeleid, dat het uit grassen met enkele zegge- (C a r e x) soorten en hoogere zaadplanten moet hebben bestaan. \ an deze laatsten werden bepaald een thymsoort (Thymus serpyl1 u m), een over den geheelen noordelijk gematigden gordel verbreide lipbloemige plant, die in de Himalaya tot op een hoogte van bijna 5000 M. groeit, de scherpe boterbloem (Ranunculus acer var. borealis) en de noordsche papaper (Papaver alpinum), die men nog op de Alpenweiden als een overblijfsel van den ijstijd aantreft. Daar deze

Sluiten