Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gespleten zijn. Van den neushoorn vindt men voornamelijk de beenderen van jonge individu's, die gemakkelijker te bemachtigen waren.

Al deze verschijnselen bewijzen zóó zeker het werk van den mensch, dat wij er ons niet over behoeven te verwonderen, wanneer wij naast werktuigen uit het gesteentemateriaal van den voorafgaanden ijstijd, zoo o. a. enkele tot schaven en snijden geschikte werktuigen uit noordschen vuursteen vervaardigd, reeds een begin aantreffen van een bewerking van het been. *) De armoede aan steen

om ie bewerken — want de vuursteen is hier zeldzamer en komt in veel kleiner stukken voor, dan in de krijtlagen — mag daartoe aanleiding hebben gegeven; toch zal ook hout hier meer in gebruik zijn gekomen. Als een blijkbaar veel gebruikt werktuig verschijnt hier een onderkaakhelft van den beer; waarschijnlijk hebben ook de zoo veel voorkomende nagels van dit dier voor een of ander doel gediend, misschien wel om het vel der buitgemaakte dieren te bewerken, waarvoor ook toegespitste beenstukken schijnen gebruikt te zijn. Als een primitieve drinknap komt hier de heupgewrichtsknobbel van den neushoorn voor. Al deze stukken lagen op een vrij beperkte ruimte bijeen. Daar, behalve een kindertand, geen menschelijke skeletoverblijfselen zijn gevonden, krijgt men hier niet den indruk, dat de mensch hier langen tijd achtereen heeft verblijf gehouden; veeleer schij-

in Fra°kreich «"d pallolithische Reisestudien

in 1" ratikreicn und I ortugal, Zeitschr. f. Ethnologie 38, 1906, blz 611) ook in de

ZuWwestefva;" 3 ^ dT, van Ie MoultUr in he

vuur Aangetoond. J > de ^verk.ng van been en de bekendheid met het

Noot v. d. bew.

r ïg. 26. Grove vuistwig, uit vuursteen geslagen, van het Acheuléentype, gevonden te St. Acheul in Noord-Frankrijk. Dit werktuig kon voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Onderaan is nog de natuurlijke verweeringskorst van den vuursteen bewaard, (l/o der natuurlijke grootte).

Sluiten