is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook dit geval als een pathologisch verschijnsel bij een vol wassen& man, door stilstand van den tandgroei veroorzaakt, ofschoon het veel meer voor de hand lag, hier een normale, doch bij den tegenvvoordigen mensch niet meer voorkomende vorming aan te nemen. Het bewijs voor laatstgenoemde meening is in het jaar 1901 door Prof. Otto °lValkhoff in München door nauwkeurig onderzoek, ook met Röntgenstralen, op meesterlijke wijze geleverd. Hij luoiide aan, dat de bepaald reusachtig ontwikkelde Schipka-kaak de volkomen normale kaak van een ongeveer tienjarig kind is, hetgeen uit de groote wijdte der tandwortelkanalen in de snijtanden is af te leiden. De ontwikkeling der overige drie, nog niet doorgebroken snijtanden stemt volkomen overeen met de reeds in gebruik

Fig. 33. Onderkaak uit de grot van la Naulette, bij Dinant. (Natuurlijke grootte). Deze kaak houdt het midden tusschen die van een chimpansé en die

van een Australiër.

genomen tanden. Wat Virchow voor een ziekelijken stilstand van den tandgroei bij een volwassene hield, is niets anders dan een geweldige ontwikkeling van de kaak en een overeenkomstige tandontwikkeling reeds op kinderlijken leeftijd, dus een normale vorming, die bij den tegenwoordigen mensch niet meer voorkomt, doch aan een vroegeren ontwikkelingstrap der menschheid eigen was.

De diluviale mensch van den tweeden tusschenijstijd, waartoe wij de Schipka-overblijfsels rekenen, had een buitengewoon krachtig gebit, dat nog aan het dier herinnert. Ook zijn kinlooze onderkaak, zooals wij die tegenwoordig slechts bij de apen, doch bij geen enkel menschenras vinden, leert door middel van Röntgenstralen nog slechts