Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende bessen, hazelnooten, moest hij zich hoofdzakelijk met wortelknollen en paddestoelen tevreden stellen. Geen wonder dan ook, dat hij alles deed om aan dierlijk voedsel te komen en dat hij alles, van de kleinste tot de grootste dieren voor lief nam. Met een houten knuppel gewapend en voorzien van een groven steenen beil, dien hij reeds een weinig had toegespitst achtervolgde hij, zelf nog half dier, het wild, besloop het tegen den wind in en sloeg het met kracht neêr De jongen der grootere dieren, die zich te ver buiten het bereik der moeder hadden gewaagd, trachtte hij door

Hst te overmeesteren. Eerst laafde hij zich aan het uitstroomende, warme bloed; ook de hersenen at hij nog warm, en van het vleesch werd een deel rauw of slechts even geroosterd, verorberd, terwijl de rest gebraden werd, en op een beschutte plaats, zoo mogelijk in een grot, tot later werd bewaard. Tegen koude en vocht beveiligde hij zich wellicht door een inwen-

'£■ 41- Vuursteenmes van Moustiertype dat door geringe breedte tot het latere Solutréen-type nadert. Uit het Departement Oise, ten noorden van Parijs, (l/g der natuurlijke grootte).

1 •

eng met vet ingesmeerd en daardoor buigzaam gemaakt dierenvel. Aan opschik van het lichaam dacht hij nocr niet. In ruwe buidels, uit dierenhuid vervaardigd, heeft hij misse ïien de meer of minder grof behouwen steenen wiggen

gedragen, om ze dadelijk bij de hand te hebben, als hii ze noodig had. J

^Van"eer ^ezen Neanderdalmensch met lang, ono-ekamd hoofdhaar, over het lichaam nog sterk behaard en met zijn dierlijken blik en zijn zeker hoogst gerekkige spraak hadden ontmoet, wij zouden zeker niet minder hevig geschrokken zijn, dan wanneer in het oer-

Sluiten