Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine uitbottende verhevenheden te zien zijn ; zóó vele individus moeten hier den mensch voedsel hebben verschaft, dat men ver over de 2000 kiezen van dezen reus hier heeft bijeengebracht. De beenderen lagen niet altijd op onregelmatige wijze door elkander, doch waren veelmeer duidelijk uitgezocht, nl. de bekkenbeenderen de schouderbladen, de stoottanden, de kiezen, gewrichtskommen en gewrichtsknobbels afzonderlijk.

Van den mensch heeft men hier eenige kaakfrarnnenten gevonden, waaronder een rechter onderkaakhelft, die, door asch omgeven, onder een reusachtig mammoetdijbeen te voorschijn werd gehaald. Dit stuk was van een vrouw van omstreeks 20 tot 30 jaar afkomstig en bezit volgens roJ] Sc/iaajfliaiisen, te Bonn, kenmerken, die aan laa<>ontwikkelde menschenrassen eigen zijn. Een geheele menschelijke schedel van de verzameling Kriz is door Prof. Kud. I 'irchoiv beschreven, doch daar hij grootendeels met de nog aanklevende en zeer moeielijk te verwijderen aarde bedekt was, heeft hij slechts geringe wetenschappelijke \\ aarde. Aan het voorhoofd waren nog beenderen en tanden van den ijsvos vastgekleefd.

Een bijna volledige boven- en onderkaak uit deze loess van Predmost werd onlangs door Prof. WalkhoJ)\ te München, nauwkeurig onderzocht en leverde de volgende uitkomst. De kaakstukken zijn van een kind van zeven jaar afkomstig. De tanden en kiezen hebben een normale grootte. Op de kroonvlakte der kiezen bemerkt men, als een zeer oud kenmerk, eene neiging tot vorming van glazuurplooien. De kin is zeer weinig ontwikkeld en is beperkt tot een driehoekig uitsteeksel; toch leert men bij belichting met Röntgenstralen, een grooteren invloed der spraakspieren, der Musculi genioglossi, kennen dan bij de kaakoverblijfsels van Krapina, en de kin vorming onderscheidt zich reeds minder van den kaakvorm der hedendaagsche menschen dan wij bij het Neanderdalras vinden, in het bizonder bij de kinloozeSchipkakaak van het Chelléo-Mousténen. In ieder opzicht stond dit ras van het Solutréen dus hooger dan dat uit den voorafgaanden tusschenijstijd en ook de spraak moet reeds veel verder ontwikkeld zijn

Sluiten