Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bracht, sommigen nauwelijks 1 M-, anderen zelfs op 4 M. van den bodem verwijderd. Ronde uitsteeksels aan de deels gladde, deels oneffen wanden had men gebezigd om een deel van het lichaam van het geteekende dier in relief uit te beelden. Somtijds treft men vele figuren op een kleine ruimte bijeen aan; zoo zijn bijv. in den genoemden inham of nis op een oppervlakte van 2.5 M. tot 3 M. niet minder dan 13 buffels geteekend, terwijl een enkele buffel op een andere plaats 2.70 M. hoog is.

Wat men in de grot van Font-de-Gaume vooral bewondert, zijn in fresco geschilderde figuren. Evenals bij

de (jrieksche vazen komen de met roode oker geschilderde figuren uit een zwarten achtergrond te voorschijn. De donkerder tint van sommige lichaamsdeelen, zooals van den kop van sommige buffels, schijnt men door menging van beide kleuren te hebben verkregen. Zoo zijn bij vele dieren de kop en de pooten bruin, het lichaam rood: anderen zijn donkerbruin

met rooden kop, of enkele deelen zijn met zwart aangegeven. Somtijds zijn de omtrekken op de eerst opgestreken gekleurde laag geteekend of door afschaven van deze laatste verkregen. Dikwijls heeft de teekenaar zich uitstekende rotspunten ten nutte gemaakt, om bepaalde lichaamsdeelen duidelijker te doen uitkomen. Den grooten ouderdom dezer teekeningen leeren wij uit het kalksinterovertreksel kennen, dat nu eens een dunne laag, dan weêr een dikke korst vormt en waarop zich zelfs stalagmiten verheffen, druipsteenzuilen, die een aanzienlijken tijd voor hunne vorming hebben vereischt.

Ook deze teekeningen wijzen met besliste zekerheid op het einde van den Magdalénientijd. In den veel ouderen Solutréentijd heeft de mensch zich eerst aan het einde dezer periode en met zeer geringe vaardigheid aan de plastiek in ronde vormen gewaagd, een kunst, die den

fig. 61. Een in twee kleuren, rood en bruin, geteekende buffel uit de grot van Font-de-Gaume in de Dordogne, in het Zuid-Westen van Frankrijk. (Vbs c^er nat» grootte).

Sluiten