Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer hij zich aan het kleuren zijner afbeeldingen gaat warren, des te zeldzamer worden mammoet en rendier voorgesteld en des te talrijker treden het wilde paard en de buffel onder zijne kunstproducten op, zooals in de grotten, die wij het laatst noemden, n.1. die van Font de

jaume en Altamira.

Wanneer wij in de eerste stadiën gedurende den terugtocht der laatste ver<rletscherinof de mensch weder zien optreden, is de mammoet nog het meest gezochte wild, doch deze was reeds zeldzamer geworden en eindelijk hield hij zich bijna uitsluitend aan het rendier, dat toenmaals in groote troepen in geheel Midden-Europa tot zelfs in Zuid-Frankrijk voorkwam. De mensch uit dien tijd mag in den vollen zin des woords rendierjager genoemd worden, want zijn geheele cultuur berustte bijna uitsluitend op de rendierjacht en op het veelzijdige gebruik, dat hij van dit dier voor al zijne levensbehoeften maakte.

Het klimaat gedurende den rendier t ij d was nog zeer ruw en koud, de winter lang en streng, met geruimen tijd aanhoudenden vorst. Doch de mensch had nu geleerd, zich tegen de koude te beveiligen, niet alleen door zich in grotten aan vuren te verwarmen, doch ook door zich in een pels te wikkelen. Deze mensch van den laatsten ijstijd en van den vroegsten na-ijstijd leeren

wij niet alleen door zijne cultuurproducten, doch ook door zijne skeletoverblijfselen als een nu volkomen mensch geworden wezen kennen, met hoogere hersenontwikkeling.

'O O

De wetenschap noemt hem Cro-magnon-ras, naar een

Fig. 74- ^en werpspeerpunt, uit rendierhoorn vervaardigd, met gegolfde zg. bloedgleuven tot het aa*'. brengen van gif, uit de Abris van Laugerie basse in de

Dordogne. Fig- 75» Een harpoenpunt met aan één zijde aangebrachte weêrhaken, uit rendierhoorn vervaardigd, en afkomstig uit de grot van Bruniquel in West-Frankrijk. (Heide op 4/g der nat. grootte.)

Sluiten