Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Zuid-Oosten nog een kleinen uitgang heeft. De wanden zijn oneffen, ruw en vertoonen nergens sporen van teekeningen, zooals in het Zuiden van Frankrijk zoo dikwijls voorkomt; daarentegen steken op vele punten grootere en kleinere vuursteenknollen uit het gesteente. Hier en overal op de nabijgelegen hoogten van den rand vond de rondtrekkende jager, die de grot tot tijdelijk verblijf koos, een uitmuntende grondstof tot vervaardiging zijner vuursteenwerktuigen.

De eerste, hoewel zeer onvolledige uitgraving van de grot, die in het voorjaar van 1874 door K. Merk, leeraar in Thaingen, verricht werd, bracht naast talrijke vuursteenwerktuigen van allerlei vorm, ongeveer 1500 K.G. stukgeslagen beenderen aan het licht, die de maaltijdoverblijfselen zijn van de oude grotbewoners en waaronder Prof. L. Rïitimeyer, te Basel, 28 verschillende diersoorten heeft aangetoond. Een latere uitgraving, in de jaren 1898 en 1899, door Dr. Jakob Nüesch te Schaffhausen, die zich voor de prehistorische wetenschap zoo verdienstelijk heeft gemaakt, vooral door zijn onderzoek van den nog onaangeroerden puinkegel vóór den zuid-oostelijken ingang, leverden nog 40 kisten met stukgeslagen beenderen op, die door Prof. Th. Studer, te Bern, onderzocht werden en waardoor nog 17 soorten aan het reeds bekende getal konden worden toegevoegd. De eigenlijke toendrabewoners waren hiér vertegenwoordigd, behalve door den mammoet en den wolharigen neushoorn, voornamelijk door het rendier, waarvan niet minder dan 300 individus van verschillenden leeftijd aanwezig zijn, verder door den poolvos, den veelvraat, den alpenhaas, de halsband-lemming, het sneeuwhoen. Van de steppenbewoners komen voor de buffel, de oeros, het wilde paard, de wilde ezel, de hamster, de groote noordsche rat, de kat, terwijl het edelhert, de ree, het wilde zwijn, de beer, de wolf, de vos, de losch, de edelmarter en de zevenslaper de boschfauna vertegenwoordigen; ook waterdieren, als de bever, de wilde gans, de wilde eend en de zingzwaan, komen er onder voor en eindelijk behooren de steenbok en de marmot tot de dierenwereld van de Alpen.

Sluiten