is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenwoordig, zooals herhaaldelijk bewezen is, nakomelingen onder de hedendaagsche bevolking, worden aangetroffen.

Deze belangwekkende vraag, nl. het voorkomen van een dwergras, brengt ons vanzelf naar de tweede beroemde vindplaats van den palaeolithischen mensch in Zwitserland, naar liet Schweizersbild, aan den voet der noordelijke helling van den Geiszberg bij Schaffhausen, waar eveneens door Dr. Jacob Nïiesch in de jaren 1891 —1893 met de grootste zorgvuldigheid opgravingen werden gedaan.

De naam „Schweizersbild" is afkomstig van een door een vierhoekig gemetseld huisje omgeven heiligenbeeld, dat niet ver van hier, namens Zwitsers, door een inwoner van Schaffhausen opgericht, doch in den tijd der hervorming vernield werd. Daar, waar vijf dalen zich vereenigen, was, in de nabijheid van een bron, op een wat hooger gelegen en dus tegen overstroomingen beveiligde plek, die door een overhangend rotsgevaarte tegen den wind volkomen beschut was, eenmaal een geliefkoosde nederzetting van den palaeolithischen mensch. Een gunstiger kampplaats hadden de diluviale jagers zeker nauwelijks kunnen vinden. Langen tijd moeten zij zich hier dan ook hebben opgehouden, want rijke sporen hunner aanwezigheid lieten zij er achter, zoodat deze vindplaats voor de kennis van het leven der rendierjagers in hooge mate onze aandacht verdient.

Hoewel het nog wel in den aanvang van den na-ijstijd was, toen de mensch zich in deze streken ophield, toch lag de laatste gletscherperiode reeds verder terug, dan toen de mammoetjagers het Keszlerloch bewoonden. Onder de door den mensch hier bijeengebrachte beenderen treffen wij den mammoet niet meer aan, wel den wolharigen neushoorn, hoewel in spaarzame overblijfselen. Op de rolsteenen, die de smeltwateren van den laatsten ijstijd hier achterlieten, ligt eerst een 50 cM. dikke laag, die uit afgebrokkelde steenfragmenten is samengesteld, welke hier en daar door een bindmiddel zijn samengebakken en dus een soort breccie vormen. In deze laag liggen talrijke beenderen van kleine knaagdieren opgesloten, waarom men deze laag de onderste knaagdierenlaag heeft

Rein hardt, De mensch in den ijstijd. 12